Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Hier in Amsterdam hebben dus ergens krokodillen gezeten

PlusMaarten Moll

Esther Kinsky stuurde me richting Nesciobrug.

Daar is nog een rafelrand, een groezelig stuk Amsterdam.

De gentrificatie heeft gelukkig nog niet overal toegeslagen; stoute stukjes stad die door de gemeente worden heropgevoed tot keurig gladgestreken plekken. Alle bomen staan in een database, en als je een lekke band hebt, zit er en dag later een feloranje sticker om je stuur, is je fiets al tot wrak gebombardeerd en wordt er met wegslepen gedreigd.

Je waant je nergens meer onbespied, terwijl je in een stad zou moeten kunnen verdwijnen.

Maar dit stukje bij het Amsterdam Rijnkanaal, ingeklemd tussen het Waterkeringpad, Science Park en de A10, is nog uit handen van de gladstrijkers gebleven. Dit is een stukje verwaarloosde achtertuin van Science Park dat er weggeduwd bij ligt.

‘Een stille uithoek die nergens bij hoorde, buitengesloten door de stad.’

Toen ik die zin las, moest ik aan dit stuk Amsterdam denken, al is het geruis van de A10 altijd te horen. Die passende zin is een citaat van de Duitse schrijver Esther Kinsky uit haar roman Langs de rivier. Of, om precies te zijn: een terreinroman, zoals op het omslag staat aangegeven.

Waarin een vrouw verhuist naar een buitenwijk van Londen en lange wandelingen maakt en de overgang van stad naar land onderzoekt. Ze is vooral benieuwd hoe de mens in die uithoeken leeft, hoe ze die natuur niet ongerept hebben gelaten.

Het begint eigenlijk al onder de A10, waar muziek wordt gemaakt, en tussen bosjes een witte bestel­wagen staat. (Waar je allerlei (gruwelijke) scenario’s bij bedenkt.) Even verderop, om het hoekje, staat die grote zuil met die grote borden die automobilisten op andere ideeën moet brengen. E-bikes moeten we kopen, en bij deze aanbieder vakanties boeken.

Ook woonwagens, en veel groen. Hier hebben dus ook ergens krokodillen gezeten. In een loods, zo gaat het verhaal, bewaakten ze koffers met drugsgeld. Op een deur van een loods hing een bordje: ‘Beware of alligators’. De boeven die hierbij betrokken waren, werden later aangeduid als ‘de krokodillenbende’.

Esther Kinsky zou zo’n verhaal zeker niet hebben laten liggen.

De alligators zijn er misschien nog, want op een hek hangt een geel bordje met de tekst ‘Gator crossing’. Verder een pad dat naar het water leidt dat om Science Park loopt. Elektriciteitskastjes, omringd door een hek, en richting Flevopark een gebouw waarvan de functie niet helder is.

Het heeft wel wat, deze plek. (Zet er nu niet nog zo’n enorm datacentrum neer!)

Je hebt het gevoel dat er elk moment iemand uit het groen kan stappen, een slaapzak over de schouder. Of dat je een krokodillentemmer ziet lopen met een zweep in z’n hand.

Zo’n terrein is dit. Een plek om je nog onbespied te wanen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden