Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Hier gaat het méér om dan om die 2 minuten stilte

PlusTheodor Holman

Moeder legt haar kinderen, mijn kleinkinderen, uit waarom ze vandaag, op 4 mei om acht uur, twee minuten stil moeten zijn. Ik hoor het op afstand, want ik zit in een andere kamer.

Hier gaat het méér om, bedenk ik, dan om die twee minuten stilte. Het gaat om een uitleg van het ritueel.

“Waar moet je dan aan denken?” vraagt kleinzoon.

Er volgt een keurige uitleg die eindigt met “… en daarom nooit meer oorlog.”

We hebben een klein dilemma.

Ik heb een paar weken geleden een waargebeurd verhaal verteld over onderduikers. Het was een verhaal van een herdershond die altijd bij de deur in de keuken op de vloerplank ging liggen waaronder de onderduikers zich verborgen hielden. De Duitsers durfden die hond nooit te benaderen want dan ging hij grommen.

Aldus hebben die onderduikers het overleefd.

Toch viel dat verhaal verkeerd, want kleinzoon heeft er een paar nachten nachtmerries van gehad. Dus ik laat de verhalen aan zijn moeder over.

Die oorlogsverhalen zijn belangrijk, zo betoog ik altijd, want ze vormen onze moraal; en in onze rituelen (twee minuten stilte op 4 mei bijvoorbeeld) bewaren we onze waarden en normen.

Die visie moet ik misschien bijstellen.

Herdenkingen blijken misbruikt te worden, zoals alles kan worden misbruikt. Een ritueel kan door sommigen domweg voorzien worden van een totaal andere interpretatie. Zoiets als: ‘We moeten de oorlog herdenken omdat we nu in oorlog zijn met onze overheid de zich gedraagt als Duitsers in de Tweede Wereldoorlog die ons bezetten.’

Schandelijk, maar het gebeurt.

De laatste jaren heb ik gemerkt – en ik niet alleen – dat ironie aan de beademing ligt, dat de hyperbolen kapot- en de treden van de overtreffende trap doormidden gebroken zijn. We spreken alleen nog maar in superlatieven omdat we niet meer weten hoe we woorden inhoud geven kunnen.

Dat is droevig. Geweldig droevig. Supergeweldig droevig. Mega droevig. Supermegadroevig… ‘Ja joh, die Tweede Wereldoorlog, was vetsupermegakut, hoor.’

Het vet druipt van de woorden.

Ik ga vanavond naar een plek van waaruit Het Parool werd verdeeld. Ik zie en hoor dan in mijn geest Theo van Gogh die me dat huis ooit aanwees en vertelde over zijn oom Theo die Het Parool distribueerde. Of ik ga naar de Eerste Weteringdwarsstraat waar de Paroolgroep werd opgericht. Of misschien ga ik wel naar de Reguliersgracht waar…

Ach…

Ik ga hierover maar een kinderboek schrijven, alleen voor mijn kleinkinderen

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden