Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Hier dacht ik aan, toen Roxane van Iperen zei: ‘Wist u ervan?’

PlusJohan Fretz

Ik luisterde ademloos naar Roxane van Iperen, die met haar ongeëvenaarde soevereiniteit de vinger op de zere plek legde. Het is een kunst om mensen een spiegel voor te houden, zonder dat ze het glas willen ingooien. “De last van het onbedwongen verleden wordt pas verlicht als de mythe plaatsmaakt voor weten,” zei ze treffend. Mystificatie van het verleden ligt altijd op de loer. Maar zeker nu ook de laatste overlevenden van toen, zoals Matthijs van Nieuwkerk ooit zei over zijn lievelingszanger Aznavour, langzaam achter de horizon verdwijnen. Nu wordt de verleiding groot om het kwaad van destijds duivelachtige, haast onwerkelijke contouren toe te dichten. Dan blijft het veilig op afstand.

Vroeger, of nee: nog niet eens zo lang geleden, wanneer wij weer even stilstonden bij oude verschrikkingen en de bevrijding daarvan, dacht ik altijd dat we een terugkeer van het kwaad wel zouden horen aankomen. Luid, donderend, meer als een woeste zee die door een dijk heen breekt, dan als het zeikstraaltje dat langzaam door de kieren naar binnen sijpelt.

Maar zo werkt het niet. Het kwaad sluipt op je af, kruipt onder je huid, gaat op je bank zitten, doet alsof het thuis is, totdat je het niet eens meer opmerkt. Dan zitten er opeens mensen in het parlement die het Derde Rijk verheerlijken of de Holocaust relativeren. En als je daar wat van zegt, dan ben jij de landverrader. Zo werkt dus de mystificatie waarover Van Iperen het heeft: als je het verleden niet werkelijk onder ogen komt, dan kun je zelf nooit het kwaad zijn en ben je altijd het verzet. Dan kun je je in je hoofd halen dat een jaar lockdown, met wifi en een HelloFresh-abonnement, gelijkstaat aan de vrees voor razzia’s. Dat een mondkapjesplicht is hoe vervolging begint. Dan waan je jezelf op het Museumplein een Februaristaker. En schaam je je niet wanneer je vervolgens André van Duin, de liefste man van Nederland, op een lege Dam wonderschoon hoort spreken over de vrijheid om te kunnen zijn wie je bent en over hoe zijn vader in de oorlog werd gedeporteerd.

Nee, de coronamaatregelen, hoe zwalkend en onnavolgbaar soms ook, zijn niet het kwaad dat wij moeten demystificeren. Dat kwaad toont zich in heel andere dingen, banaal en achteloos. Zo was er deze week een gemeente waar een christelijke partij probeerde vluchtelingen te laten omlopen, niet door de villawijk. Dat heette: ‘tegemoetkomen aan de gevoeligheden in de buurt’. Misschien is dat wel hoe elke vorm van fundamentele onvrijheid begint. Je kleiner moeten maken dan je bent, om rekening te houden met de gevoeligheden van anderen. Gewoon een blokje omlopen, dat is toch niet teveel gevraagd? En o ja: raak de randen van de stoeptegels niet aan. En nu je toch bezig bent, kijk ons niet in de ogen, verander in een plant, maak je zo klein dat je onzichtbaar wordt en verdwijnt.

Daar dacht ik aan, toen Van Iperen de Duitse schrijver Walter Kempowski citeerde: ‘Wist u ervan?’

Ik weet ervan.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft op woensdag en zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden