James Worthy Beeld Agata Nowicka

Het zijn juist de bekenden voor wie je bang moet zijn

Plus James Worthy

Op het trappetje voor Tuschinski zit een jongen te huilen. Om een van zijn polsen zitten twee vriendschapsarmbandjes vastgeknoopt, en toch is hij alleen. Ik ga naast hem zitten en kijk naar de popcorn­kruimels op zijn trui.

“Ik mag niet met vreemden praten,” zegt de jongen snikkend. Zijn pipse gezicht lijkt op een reclamebord voor bloedarmoede.

“Dat is zo achterhaald. Het zijn juist de bekenden voor wie je bang moet zijn. Negentig procent van alle zedenmisdrijven wordt door een familielid of een huisvriend gepleegd.”

“Dus ik ben veilig?”

“Het is eigenlijk best bizar. Als kind word je bang gemaakt voor lifters, voor mannen in lange regenjassen en voor mannen in busjes, maar niemand heeft het over die aangetrouwde, Opel rijdende oom die altijd trainingsbroeken draagt. Waarom ben je aan het huilen?”

“Dat gaat je niets aan. En heb je niets beters te doen?”

“Ik ben schrijver. Ik heb nooit iets beters te doen. Dit is mijn leven. Ik loop door de stad en ik steel verhalen.”

“Ken je die film over die enge clown? Nou, die wilde ik heel graag zien. Dus ik koop een kaartje en ga in het midden van de zaal zitten met de grootste bak popcorn.”

“Zoet of zout?”

“Zout.”

“Dan weet ik wat ik mee moet nemen als ik je mijn busje in wil lokken.”

“Hilarisch, maar ik zit daar dus en de film begint. Het is allemaal met de computer gemaakt. Dat maakt het minder eng. En dan hoor ik twee mensen achter mij zoenen. Maar echt hard zoenen. Dus ik stuur een berichtje naar mijn vriendin, want die zoent ook zo. Met een tong als een heipaal. Ze stuurt meteen iets terug, maar ik lees het niet, omdat op dat moment de computerclown een tiener opeet.”

“Ik snap niet waarom mensen clowns zo eng vinden. Acrobaten zijn veel enger. Die zijn lenig en sterk. Weet je wat acrobaten kunnen? Die kunnen aan plafonds hangen. Dat is mijn grootste angst. Dat ik een kleine kamer binnenloop, omhoog kijk en een acrobaat zie hangen.”

“Wil je echt iets engs horen? Het zoenen houdt dus niet op. Ik kijk achterom en zie mijn vriendin zitten. Nou ja, ze zit op de schoot van mijn neef. Ze duwt haar tong zo diep zijn keel in dat ze zijn hart kan proeven. Mijn neef schrikt als hij mij ziet en vraagt wat ik hier doe. Dat is toch een belachelijke vraag? Alsof ik de schuldige ben.”

“Zo gaat het altijd. ‘Wat doe jij hier?’ ‘Wat ben je vroeg thuis?’ Die vragen zijn misschien nog wel het meest vreemde aan vreemdgaan. ‘Je zei vanochtend toch dat je pas heel laat thuis zou zijn?’ Serieus? Is dat het eerste wat in je opkomt als ik mijn eigen slaapkamer binnenloop en de voetbaltrainer van mijn zoon op je zie liggen? Dus het is mijn fout? Ik ben te vroeg thuis gekomen met een tas vol sushi en daarom moet mijn wereld instorten?”

“En daarom zit ik hier te huilen. Als ik haar niet had meegenomen naar dat familiediner op tweede kerstdag had ze mijn neef nooit ontmoet. Ze moest steeds lachen om zijn ironische kersttrui.”

“Zo moet je niet denken. Je moet hier gewoon van leren.”

“Wat kan ik hier in godsnaam van leren?”

“Dat je nooit met bekenden moet praten.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden