Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

“Het zal toch niet…” De eigenaar knikte en schudde daarna zijn hoofd

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

De man van middelbare leeftijd zat in het café en keek steeds naar het tafeltje bij het raam.

“Het zal toch niet…”

Hij ving de blik van de eigenaar. Die knikte eerst en schudde daarna zijn hoofd.

De man van middelbare leeftijd vloekte binnensmonds. De verkeerden doden de verkeerden.

Hij dacht aan de jongen, hoewel die misschien al dertig was. Hij kwam hier elke dag een uurtje lezen. Waarschijnlijk had hij dan pauze.

Hij las snel en geconcentreerd en soms bewogen zijn lippen mee. Romans, boeken over filosofie. Met een pen maakte hij aantekeningen of zette hij strepen.

De man van middelbare leeftijd had zich voorgenomen om hem ooit eens aan te spreken. Gewoon, omdat ze elkaar al zo lang bijna dagelijks troffen. Ze zouden een gesprek kunnen hebben over deze tijd.

Ze hadden elkaar wel bij binnenkomst begroet. In dat uur dat de jongen er was bestelde hij altijd twee espresso’s.

“Wat is er…”

“Vermist,” zei de eigenaar van het café.

Vermist, een woord dat de dood nog even ophield, de dood verborg en zelfs misleidde. Het woord klonk alsof niet de mensen hem, maar de dood hem niet kon vinden.

De man van middelbare leeftijd kreeg de jongen niet uit zijn hoofd. Wat kenden ze elkaar eigenlijk? Helemaal niet. Als in de winter de zon laag hing en naar binnen scheen, was hij niet meer dan een silhouet van een lezend mens dat af en toe een bladzij van een boek omsloeg. Waarom pikte de dood hem en liet God dat toe? Hoeveel wijze gedachten die de wereld konden veranderen waren nu niet verloren gegaan?

“Hoe weet je dat?” vroeg hij aan de eigenaar.

Die kon niet antwoorden omdat er weer mensen zijn café binnenkwamen.

Verdomme, de jongen zat hem dwars. Er gingen vreemde mensen aan het tafeltje zitten en opeens werd hij kwaad uit verdriet. Die mensen moesten daar weg! Maar hij snapte ook wel dat dat niet kon.

Waarom was die jongen dan ook gaan vechten? Kon een mens zin geven aan zinloze dingen?

De eigenaar van het café bracht koffie en zei: “Hij heette Petar. Dat zei iemand van zijn werk die hier kwam.”

“Petar?”

“Ja, Petar.”

“Vermist zei je?”

“Ja, vermist.”

“Hoe kan dat nou?”

“Weet ik niet,” zei de eigenaar van het café.

“Waar?”

“Dat heeft die man wel gezegd, maar ben ik vergeten.”

De man van middelbare leeftijd dronk zijn koffie en staarde naar de deur.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug iLees alle columns van Theodor Holman terug.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden