Opinie

'Het zal echt moeten: de kloof tussen elite en volk dichten'

De nieuwe tweedeling die volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau dreigt, moeten we niet wegwuiven vindt historicus Bart Jan Spruyt. 'Het kan wel degelijk ontwrichtend zijn voor de samenleving.'

Medewerkers van een voedselbank stellen de voedselpakketten samen. Beeld ANP

Een nieuwe tweedeling bedreigt de Nederlandse samenleving. De 'grachtengordel', de 'Gooise matras' en 'Den Haag' staan tegenover de rest: het gewone, hardwerkende, belastingbetalende Nederland. Twee sociale en culturele werelden, parallelle samenlevingen, steeds meer vervreemdend van elkaar.

Het lijkt me niet goed de rapporten die het Sociaal en Cultureel Planbureau in deze 'Week van het verschil' daarover presenteert, nonchalant, grootstedelijk en kosmopolitisch weg te wuiven. Want de gesignaleerde trend kan wel degelijk ontwrichtend voor de samenleving zijn.

Er zijn niet alleen verschillen in inkomens en vermogen, niet alleen tussen autochtonen en migranten, maar ook in opleiding, relaties en netwerken, gezondheid en aantrekkelijkheid. En de scheidslijnen tussen al deze verschillen vallen grotendeels samen. Zo'n trend wordt ondermijnend wanneer beide groepen - elite en bevolking, hoogopgeleiden en laagopgeleiden - elkaar niet meer kennen en in karikaturen over elkaar gaan denken en spreken.

Met enige agressie construeren vele Nederlanders dan een Amsterdamse, Gooise en Haagse elite waarop de schuld voor veel problemen kan worden afgeschoven. En die elite bekt terug door die Nederlanders van ressentiment, angst voor de globalisering en onderbuikgevoelens te beschuldigen.

Vertrouwen
Een samenleving behoort op vertrouwen gebaseerd te zijn. Dat vertrouwen was, grosso modo natuurlijk, aanwezig in de samenleving waarvan wij afscheid hebben genomen, de verzuilde. Nederland bestond uit groepen, en die groepen brachten een eigen elite voort. Die elite kende de eigen achterban, deelde hun levensbeschouwing en belangen. Over de verschillen in levensbeschouwing en belangen gingen de elites van alle groepen met elkaar in debat in het huis van de democratie. Ze praatten en smeedden compromissen, vanuit het vertrouwen dat ieder de ander een plekje onder de zon gunde.

De uitkomsten waren voor iedereen acceptabel, al was het maar omdat de elites die aan hun achterbannen wisten uit te leggen en te verkopen. Die samenleving is weg. Kiezers hebben zich geëmancipeerd, zijn gaan zweven en politici zijn achter hen aan gaan zweven. De fluctuaties in het politieke krachtenveld zijn ongekend. Standpunten zijn niet langer op enige levensbeschouwing gebaseerd, maar hooguit nog de toevallige en tijdelijke uitkomst van een opportunistische redenering. En die redeneringen worden in toenemende mate uitgebraakt door mensen die qua achtergrond en opleiding het werkelijke leven niet kennen.

Zeker volgens een overgroot deel van de rest van de bevolking niet. Wie een prosopografisch onderzoek naar al onze jongens en meisjes in de Tweede Kamer zou uitvoeren, zal ontdekken dat zij over het algemeen uit nette gezinnen komen, gestudeerd hebben, in een nette wijk zijn beland, en na een korte en brave weg door de instituties van de partij een Kamerzetel hebben weten te bemachtigen.

Ruwe kanten
Het is ze van harte gegund. Maar de pijn, de ruwe, ongepolijste kanten van het leven, van bezuinigingen en het multiculturalisme, kennen zij niet bij ervaring of van huis uit. Dat voelen alle anderen natuurlijk direct aan. Die nieuwe samenleving werd de voedingsbodem van het populisme. Daar is op zich niets mis mee. Iedere politieke stroming is populistisch begonnen door een kloof tussen vertegenwoordigers en vertegenwoordigden bloot te leggen.

De socialisten deden dat voor de arbeiders, de christendemocraten deden dat als eersten door tegenover een liberaal kabinet dat op 200.000 stemmen berustte, 350.000 handtekeningen van boze, niet gehoorde burgers in te brengen. Het populisme wordt een kwestie wanneer het geen ideologische bedding vindt - en gemakkelijk meedeint op de steeds wisselende stemmingen onder de bevolking en die niet sublimeert maar exploiteert.

Het wordt ook een kwestie wanneer de andere partijen geen weerwoord hebben, geen verhaal dat de kloof overbrugt en het vertrouwen herstelt. Dat is ook niet gemakkelijk, voor politici niet en voor de media niet. Maar het zal er toch van moeten komen, van het bij elkaar brengen van elite en volk, om het vertrouwen te herstellen, en te voorkomen dat Nederland verdeeld raakt door de tegenstelling tussen relativerende kosmopolieten, die het heel aardig getroffen hebben, en een agressieve rest die veel te klagen heeft.


Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Bart Jan Spruyt
Bart Jan Spruyt

is historicus en voorzitter van de Edmund Burke Stichting
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden