Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Het woord wasman bestaat niet - wasvrouw wel

PlusMaarten Moll

Als je op de zoekmachine wasvrouw intikt, kom je uit bij wasvrouw. Als je op wasman zoekt (bedoelde je: wasmand?), zie je inderdaad meteen plaatjes van allerlei wasmanden. Het woord wasman bestaat niet. Oneerlijk! Discriminatie! Wegen blokkeren!

Terwijl ik het wel ben, thuis, wasman.

Gisteren weer. De ton (we hebben geen manden) van de dochters was aan de beurt. Altijd interessant. Niet alleen kom je kledingstukken tegen die je niet kent

(M.: “Alsof jij weet wat ze precies allemaal in de kast hebben liggen.” Ik: “Ik doe de was toch?” M.: “Wat hadden ze vandaag aan?” Ik: “Eh…” M.: “Precies, die kleren die jij niet kent.” Slikken. Zwijgen. Doek valt.), het is na een week ook heel erg veel.

Bizar.

Zitten ze op een verkleedclub?

Verwarren ze de waston met de klerenkast?

Of zitten ze me gewoon te fucken?

Waar waren we? O ja, wassen.

Er zijn filosofen, scholen, en sektes die therapieën aanbieden waarmee je jezelf kunt resetten of waarmee je de kwade geesten (iedereen schijnt ze te hebben) uit je lichaam kunt verdrijven.

Ik zeg: de was ophangen. Wat een rust, bijna gedachteloos handelingen verrichten, even alles vergeten. Opeens weten waar het meetlint ligt.

Niemand anders mag thuis de was ophangen, zoals ik ook liever niemand anders de auto laat inpakken als we op vakantie gaan (bekend verhaal?). Ik bedoel: sokken en onderbroeken hebben hun vaste plekken op het ­wasrek (altijd eerst de wasknijpers van het rek halen en in het bakje doen, het rek goed op de noord-zuidas van het huis neerzetten, dan pas de was ophangen). Héél ongemakkelijk vind ik dat, als het allemaal niet op de juiste plek hangt. (Jurkjes naast sokken? Wie…)

Klopt, ik ben niet onbekend met de term dwang­neurose.

Nu ben ik de draad weer kwijt.

O ja, de waston van de dochters. Bizar veel wasgoed. Een tijd terug: veertien broeken in één mand.

“Veertien broeken? Sparen jullie broeken?”

Ze keken me aan alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Waar ik me druk over maakte. En of ze al droog waren.

Gisteren. 37 onderbroeken. Met z’n tweeën.

Dat is 2,64286 onderbroeken per dochter per dag.

U gelooft het ook niet? (Kom maar eens een keer ­kijken dan.) Bij hertelling waren het er nog steeds 37.

“Pap! Nee, natuurlijk was jij niet ook voor onze vriendinnen.”

“Wat doen jullie er dan mee?”

“Doe gewoon de was, pap, stel niet van die vragen.”

Van die vragen.

Dus hang ik elke week al die duizenden onderbroeken aan het wasrek. Op de juiste plek. Bijna gedachteloos. (Maar toch. 37? Hoe dan?).

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden