Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Het werd doodstil. Wat gingen ze loslaten op de krakers?

PlusNico Dijkshoorn

Ik zit de laatste dagen een beetje te mijmeren over de krakersrellen in Amsterdam. Ik studeerde midden in het centrum en kon, vanuit het gebouw op de Prinsengracht, boven op de rellen kijken.

Ik herinner mij charges van de bereden politie. Dat was een fijn geluid. Onze leraar stond transformationele grammatica uit te leggen en dan hoorde je dat gezellige geroffel van paarden­hoeven en meteen daarna de onverstaanbare protesten van de krakers. Nu noemen ze dat ambient soundscapes.

Het werd een attractie. Samen met wat andere leerlingen keken we in onze tussenuren naar krakersrellen. De krakers hokten samen in hun krakerskleding, zwaaiden met een theedoek en dan verheugden wij ons al weer op een reactie van de politie.

Er waren nog geen kaaswinkels. Dat kunnen de jonge mensen van nu zich niet meer voorstellen. De schermutselingen vonden plaats in een straat zonder sneakers, grappige T-shirts, brokken zeep van anderhalve kilo, Nutella-pannenkoeken en kaas.

Je at je pannenkoek eventueel met suiker. De T-shirts waren niet grappig, maar de mensen die erin zaten wel. En dwars door die gezelligheid heen had je dan ook nog eens de krakersrellen.

Ik woonde nog bij mijn ouders in Amstelveen. Als ik ’s avonds thuiskwam, vroegen ze meteen naar de situatie in de stad. Zij hadden het Amsterdam van Tros Aktua in hun hoofd. Ik bediende ze op hun wenken. Ik vertelde epische verhalen over het krakersbolwerk Amsterdam.

“Vader, moeder, ze eten levende dieren. Ik heb het zelf gezien. Ze hebben een leider, dat moet wel, want ze dragen allemaal dezelfde kleren. Ze roepen van alles en dan doen ze hun vuist omhoog.” Vooral dat laatste vonden mijn ouders een schande. “Je slaat iemand op zijn bek of niet. Met een vuist zwaaien, wat heeft dat voor zin?”

Ik wilde ze niet nog kwader maken, dus vertelde ik niet wat ik die middag had gezien. Vlak naast ons universiteitsgebouw werd een kraakpand ontruimd. Ik liep met wat andere studenten naar een plek waar we alles goed konden zien.

Er werd een grote container naar de bovenste verdieping gehesen. Het werd doodstil op straat. Wat zat daar in? Wat gingen ze loslaten op de krakers? De container werd op het dak gemanoeuvreerd. Honderden mensen keken naar het deurtje in de container. De krakers keken ook mee, door een raam. De deur zwaaide open en er verscheen een Sinterklaas, met Zwarte Pieten.

Ik herinner mij dat er werd geapplaudisseerd. Die humor, die luchtigheid, mis ik een beetje bij de huidige protestacties.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden