Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Het was tijd om afscheid te nemen van John Rebus

PlusMarjolijn de Cocq

Marjolijn De Cocq

Ze moesten nu toch maar eens weg, had ik bedacht. Zo vergeeld als ze waren, en met die lelijk verkreukelde ruggen. Ze stonden een hele boekenplank in beslag te nemen ­alsof ik geen ruimte ­tekortkwam. Ging ik ze ooit nog herlezen? Daar zou ik toch pas ver na pensioengerechtigde leeftijd aan toekomen en dan waarschijnlijk nog niet.

Grote boodschappentas dus en vullen maar; daar gingen ze, mijn twintig Inspecteur Rebus-pockets. Dag ouwe brombeer met je hang naar Bells, met je slaapjes in je stoel, je vinylcollectie, je eigen wetten en je eeuwige rondedans met ‘Big Ger’ Cafferty als exponent van de Edinburghse crimescene.

Het eerste deel, Knots & Crosses (1987), kocht ik in 1999. Rebus kwam warm aanbevolen door fotograaf Douglas Robertson, met wie ik in Schotland had samengewerkt aan een serie verhalen over de Lockerbie-aanslag in de aanloop naar het proces dat in Nederland zou plaats­vinden. Douglas’ huis kijkt uit op Arthur’s Seat, een vulkanische heuvel in Holyrood Park in Edinburgh en belangrijke locatie in de reeks. Samen dronken we bier en whiskey in de Oxford Bar, zoals Rebus – en zijn schepper Ian Rankin.

Een paar jaar en heel veel delen John Rebus later kreeg ik de kans om Rankin te ontmoeten; hij verbleef in het Ambassade Hotel en ik was de laatste in een lange rij interviewers. Het leek me geen pretje om op dat moment Ian Rankin te zijn, dus stelde ik voor af te wijken van de ­routine en bier te gaan drinken in De Pels; een voorstel dat hij opgelucht aanvaardde. En dus dronken we een biertje. En nog een. En nog een. En waarom geen whiskey erbij. En nog een. En nog een.

Ik heb de doos met krantenknipsels uit die tijd weggegooid, online kan ik de tekst niet terugvinden. Maar ik weet nog dat ik het interview deed door Rankin te laten reageren op steekwoorden uit de wereld van Rebus, van Irn-Bru (een niet te drinken, feloranje, mierzoete, Schotse softdrink) tot Siobhan (Rebus’ rechterhand, spreek uit: Sjevón) en de Stones (leveranciers van de boektitels Beggars Banquet, Let it Bleed, en Black and Blue.)

En god ja, bedenk ik als de plank bijna leeg en de tas bijna vol is, Gill Templer! Inspecteur bij de Lothian and Borders Police Force, twee jaar lang Rebus’ love interest. Onze dochter is vernoemd naar haar en naar de woordvoerder van het Schots Gerechtshof in Kamp Zeist, ­Gillian ‘Grote Gill’ Simpson, met wie ik sinds het Lockerbieproces bevriend ben.

Ik kan het niet.

Rebus moet blijven.

Marjolijn de Cocq schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden