Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Het was heel duidelijk een pruik

PlusMaarten Moll

“Wacht nou effe,” riep de vrouw.

“Kom op, we zijn zo thuis,” zei de man.

Ze liepen in de Pontanusstraat, een wat ouder stel. De man – een groot rood hoofd en wit haar - met een volle boodschappentas, de vrouw achter een rollator.

Zij in een ruime, lichtblauwe, bijna witte spijkerbroek met een gestreken, messcherpe vouw. Een zwarte winterjas met franjes. Ringen met grote, gekleurde stenen. Een mager gezicht.

En ze droeg een pruik.

Het was niet dat je moeite moest doen om dat te zien. Het was heel duidelijk een pruik. Een grote, bruine, waarvan het haar ruim over de schouders viel.

Je kon zien dat ze heel tevreden was met die pruik.

“Stop nou effe,” zei de vrouw.

“Wat wil je nou?”

“Effe m’n haar doen.”

“Zit-ie niet goed? Had je toch niet die blonde moeten nemen?” zei de man.

“Een blonde? Ben je niet goed bij je hoofd? Ik ben je moeder niet. Deze zit prima, hij is alleen nog zo nieuwig.”

De man stond stil. Hij voelde in een zak van zijn jas, haalde een papiertje tevoorschijn. Fronste. Zette de boodschappentas neer. Vouwde het papiertje open.

De vrouw schikte haar pruik. Ze straalde.

“Verrek, hier heb ik die bon van die stofzuigerzakken,” zei de man.

De vrouw bekeek zichzelf in een spiegeltje dat ze uit haar tas had gehaald.

“Dit haar had ik toen we trouwden,” zei ze. “Ik was zo trots… weet je dat nog? En nu weer.”

“Overal gezocht, en dan zit die bon in m’n jaszak.”

“Zullen we effe wat gaan drinken?” zei de vrouw.

“Hoorde je me nou? Ik heb die bon van die stofzuigerzakken gevonden.”

“Schat, ga jij morgen maar terug naar de winkel met die bon van je. Gaan we naar de kroeg? Toe nou, het is lang geleden dat ik een jenevertje heb gedronken.”

“En dan ook nog corona oplopen zeker?” zei de man.

“Alsof jij geen zin hebt in een kopstoot,” kaatste de vrouw.

Ze zat weer aan haar haar.

“Mooi, hoor, Nel!” riep iemand aan de overkant van de straat. Nel zwaaide.

“Of ik ga weer roken hoor, je zegt het maar.”

De man zuchtte, keek op zijn horloge. Wierp een blik in de boodschappentas.

“En die bak roomijs dan?”

Nu was het Nel die zuchtte. Ze schudde zacht haar hoofd.

“Nou, wat wordt het, sunshine.”

De mond van de man viel open.

Nel begon te lachen, een verrassend heldere, fijne lach. Ze stuurde de rollator richting Javastraat.

“Kom op, ik wil gewoon effe m’n haar laten zien.”

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden