null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Het was eigenlijk geen doen, vond ik, die hele slutty summer

PlusPatrick Meershoek

Toen ik zijn winkel binnenstapte, stond de groenteboer zwaar ademend zijn komkommers op te wrijven. Ik bestelde een pondje kersen. “Hedelfingers?” vroeg hij hijgend. Ik knikte en hij maakte mijn bestelling klaar. Terwijl ik in mijn zakken naar mijn bankpas zocht, zag ik vanuit mijn ooghoeken hoe zijn handen tastend en strelend over een doos nectarines gingen. “Sorry mijnheer,” verontschuldigde hij zich. “Het is de summer of love. We mogen weer.”

Ik haastte mij naar buiten en botste daar op een handhaver in uniform die rustig kuierend zijn ronde maakte. “Ho ho,” zei de handhaver. “Waar gaan die mooie beentjes zo snel naar toe?” Met zijn wapenstok tikte hij speels op mijn achterwerk. Ik mompelde dat ik net een pondje kersen had gekocht en nu weer dringend aan het werk moest. “Bent u misschien een stoute bengel?” wilde de handhaver nu weten. “Heeft u misschien straf verdiend?”

Een andere keer graag, antwoordde ik diplomatiek. Ik vervolgde mijn weg en passeerde een postbode die geknield voor een deur zat en door de gleuf van de brievenbus schreeuwde dat hij een spannend pakje kwam bezorgen. Een oude dame met een rollator gaf me een knipoog en vroeg ik misschien zin had om bij haar huis een kopje filterkoffie met gekookte melk te drinken. Nog een knipoog: “En daarna zien we wel wat de dag brengt.”

Ik bedankte vriendelijk voor het aanbod en slaakte een diepe zucht. Het was eigenlijk geen doen, vond ik, die hele slutty summer. Amsterdam had de bibberende doodsangst van het ene op het andere moment ingeruild voor een ongebreidelde levenslust, met alle gevolgen van dien: in de parken was geen struik onbezet, een vrij pashokje was nergens te vinden en de conducteur in de tram riep om dat we de Munt naderden en dat hij vandaag geen onderbroek droeg.

Ik ben ook maar een mens van vlees en bloed, maar dit werd me zo langzamerhand toch te gortig. Als het erop aankomt, daar was ik inmiddels wel achter, ben ik toch meer van de afgepaste porties in een vertrouwd buurtrestaurant dan van deze ongeremde schranspartij in dit all-you-can-eatrestaurant van de vleselijke liefde. Sorry, maar er bestaat ook nog zoiets als lichamelijke integriteit. En goede smaak, niet te vergeten. Hygiëne, nog zoiets.

Toen de eigenaar van de boekwinkel bij het afrekenen mijn hand pakte om een beetje op mijn pink te sabbelen, was ik er klaar mee. Die hele summer of love kon me gestolen worden. Ik wilde naar huis. Daarvoor moest nog wel één ding worden geregeld. Ik belde met de sportclub om te vragen of we het afgesproken interview van half twee met het rugbyteam misschien ook telefonisch konden doen. Dat mocht, maar ze vonden het wel jammer.

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool en schrijft elke woensdag een column. Lees alle columns hier terug.

Reageren? patrick@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden