Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Het was een pakjesavond in zijn kaalste vorm

PlusMaarten Moll

Elk jaar weer hetzelfde.

En maar wachten, en maar wachten.

O, ik heb nog drie weken. Lalalalala.

Dan, op een dag, vragen ze je: “Hoe ver ben jij met je surprise?”

Nog een week.

Niet weten wat je moet maken. Niet weten wat je moet maken. Niet weten wat je moet maken.

Surprisestress.

Vorig jaar hadden we het allemaal heel erg druk met andere dingen. (Waarmee ook alweer?)

We trokken lootjes via een app.

We besloten vanwege die drukte geen surprises te maken. Alleen gedichten.

We hadden eigenlijk al meteen spijt van die beslissing. Zeiden we een week voor 5 december.

Toen was het te laat.

Het was een pakjesavond in zijn kaalste vorm. (Een kerstboom zonder versiering.)

Zat ik daar een gedicht voor te lezen zonder last-minute lijmresten aan mijn handen.

Dat nooit weer, zeiden we.

En ook niet meer loten via zo’n achterlijke app.

Ik had heimwee naar de soepkom waarin de briefjes gingen. Of de zeef, of het bakblik.

Als je iemand eens goed met een gedicht te grazen wilde nemen: goed kijken wie op welke manier zijn lootje vouwde om die er dan uit te vissen. Tot er blind getrokken moest worden (hand voor je ogen en niet valsspelen). Zes keer opnieuw omdat iemand zichzelf trekt. (Het record, uit het begin van de jaren negentig, staat op veertien keer.)

De jaarlijkse reis naar een filiaal van Gebroeders Winter. Gekleurd karton inslaan. Natuurlijk pas twee dagen voor pakjesavond. Stervensdruk. Lege schappen.

“Hoezo? Wie koopt zo veel geel karton dan?”

De laatste zilverstift uit iemands handen grissen.

En dan knippen, vouwen, plakken. Ergernis omdat het niet lukt. (Elke knutselkoning verwensen die ‘met zijn handen kan maken wat zijn ogen zien’. Echt, wegstoppen in de onderste ring van de hel.)

“Wie heeft de laatste rol plakband opgemaakt?”

Tegen beter weten in ‘verbeteringen’ aanbrengen (knoeiboel).

“Die grote doos had ik voor mezelf meegenomen!”

Zo hard karton op karton aandrukken dat de lijm over de ramen sijpelt en je door de muur van je flatgebouw drukt. Herstelwerkzaamheden die het alleen maar erger maken. In razernij in een keer het hele dak eraf rukken.

Bovenop het misbaksel staan dansen.

Snel nog een keer naar Winter.

Het bloedige drama van 2014, toen er drie van ons met verband om hun vingers de pakjes uitpakten (De Stanleymes-incidenten.)

Heb ik dat gemist?

Ja, dat heb ik gemist.

Ook het zeurende gevoel van de laatste dagen, dat je nog niet weet wat je moet gaan maken. Dat dé dag – zoals zeg maar de dag van de wortelkanaalbehandeling – dichterbij komt.

En ik denk dat ik weet wat ik dit jaar ga maken! Maar… het zal toch niet?

“Wie heeft de tas met lege wc-rolletjes weggegooid?”

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden