Column Artikel Roze Beeld Artur Krynicki
Column Artikel RozeBeeld Artur Krynicki

Het was een eer om zo lang voor Het Parool te mogen schrijven

PlusJohan Fretz

Johan Fretz

Vorige week schreef ik al dat de dood van mijn vader naast groot verdriet ook een zeldzame helderheid met zich meebrengt. Wat ertoe doet en wat niet, waar ik energie van krijg en welke schepen ik moet verbranden: het lijkt alsof ik het opeens scherper zie. Daarom is dit mijn laatste column voor deze krant.

Toen ik als columnist begon, in eerste instantie nog voor de Volkskrant, was ik 26 en net afgestudeerd. Nu ben ik 37, verloofd en vader van twee, midden in de tropenjaren. Zevendertig, dat is nog steeds best jong, maar ook oud genoeg om te beseffen dat er te weinig tijd is om alle dromen, plannen en ideeën die ik heb te kunnen verwezenlijken in één mensenleven.

Daarom stop ik voorlopig dus als columnist. Columnist, geen opiniemaker, dat heb ik altijd een vreselijk woord gevonden. Onuitstaanbaar. Opiniemaker klinkt voor mij als stemmingmaker, en zo wordt de term ook vaak tegen je gebruikt. ‘Meningen, meningen, meningen in het meningencircus,’ verzuchten mensen dan, terwijl ik de mening juist het minst interessant vind.

Een paar jaar geleden schreef ik deze zin, nog altijd mijn motto: ‘Mijn mening mag je hebben, het is mijn minst dierbare bezit.’ Meningen komen en gaan, die stel je voortdurend bij. Je schiet even vaak raak als mis, en je perspectief kantelt voortdurend door vallen, opstaan, twijfel, blijven zoeken, groei en nieuwe inzichten.

Waar het werkelijk om draait, is de waarde van waaruit je vertrekt. De inborst. Die is van jou. Je hartslag. Van daaruit vertrek je, reflecteer je, geef je je gedachten vorm met taal en ritme. De vorm is onmisbaar, zonder de vorm is het niets, dan is het inderdaad alleen een mening.

Ik vind de column nog altijd een wonderschone vorm, maar elke week in de krant is ook een vast stramien en ik ben op zoek naar meer vrijheid. Ik wil me storten op andere vertelvormen van mijn schrijverschap/makerschap. Mijn laatste roman wordt verfilmd, ik ga een groot nieuw boek schrijven, ga elders langere essays schrijven, en begin binnenkort aan een nieuw wekelijks project.

Het maken van de docu What’s Left smaakte bovendien naar veel meer, zozeer zelfs dat ik een nieuwe docu/non-fictietak aan het opzetten ben bij producent MediaLane. En tja: je moet dingen loslaten, om andere te kunnen laten bloeien.

Toen ik veertien was, brachten Acda en de Munnik een cover uit van Frans Halsema’s Kees. Daar zat een zinnetje in: ‘Carmiggelt schrijft nog steeds in Het Parool, en de Apollo’s gaan nog altijd naar de Maan.’ Ik zong het mee, luidkeels, bijna elke dag. In de ruim negen jaar dat ik columns schreef voor deze krant heb ik daar nog heel vaak aan gedacht.

Aan de puberjongen die ik ooit was, aan hoe vaak ik die zin had meegezongen met de cd, dromend over werelden die toen nog onbereikbaar leken, en hoe ongelooflijk eervol en onvoorstelbaar het was dat ik jaren later zelf, net als die grote Carmiggelt, mocht schrijven voor Het Parool. De mooiste krant die er is.

Het was een eer om zo lang voor u te mogen schrijven. Heel graag tot ziens!

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft elke zaterdag een column voor Het Parool.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden