Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Het was bijna acht uur: spertijd

PlusMaarten Moll

Ja, u mag Beppie komen lenen om in de avond, na half negen, een wandeling hier in de buurt te maken. Over de vergoeding worden we het wel eens.

Oudste en Jongste Dochter, die in de keuken koekjes aan het bakken waren, hadden ook plannen om creatief met de avondklok om te gaan. Ze waren de hond al over de verschillende avonden aan het verdelen.

“Mag ik de dinsdagavond?”

“Nee, die wil ik, want Mart kan alleen op dinsdag.”

(Geen idee wie Mart is.)

Even een quizvraag.

Uit welke roman komen de volgende zinnen:

‘Het was bijna acht uur: spertijd. Buiten was het zo stil als het op de maan moet zijn.’

Het was natuurlijk te verwachten dat sommige lieden er de oorlog gingen bijslepen toen het woord avondklok viel. Die mensen verwarren het begrip spertijd met het begrip avondklok.

Ik belde mijn oude moedertje (83) om verhalen over de oorlog te horen.

“De spertijd? Gut… ik zou het zo snel niet weten. Ik zal het even aan je vader vragen. Jaap! Heb jij nog verhalen over de spertijd? Wat? Nee, ik weet niet waar het kattenvoer ligt. Dat heb jij toch in de kast gezet? Wat? Nee, het linkerdeurtje natuurlijk. Wacht even, zoon.”

Spertijd. Sommige mensen zien de avondklok als een belemmering en inperking van hun individuele vrijheid. Bij die laatste twee woorden moet ik altijd aan Sailor Ripley denken. Uit de film Wild at Heart. Sailor (een fantastische Nicolas Cage (ik ben een enorme fan)) draagt een slangenleren jasje, dat door zijn vriendinnetje Lula niet mooi gevonden wordt. Sailor ziet eruit als een clown, aldus Lula. Waarop Sailor zegt: “This is a snakeskin jacket! And for me it’s a symbol of my individuality, and my belief… in personal freedom.

Zo lachwekkend gedragen de mensen zich ook die aan de oorlog refereren als het gaat om de avondklok.

Moedertje, terug aan de telefoon: “Je vader en ik weten daar niets van, ik denk dat we te jong waren om nog herinneringen aan de spertijd te hebben. Dus mensen die beweren dat de avondklok doet denken aan de oorlog, moeten heel oud zijn.”

Dat mijn moedertje zo diplomatiek was, verbaasde me. Normaal neemt ze geen blad voor de mond om idio­ten idioten te noemen. Ze bedoelde natuurlijk: mensen die dit zeggen en die de oorlog niet hebben meegemaakt, zijn idioten.

De quizvraag.

De zinnen komen, u raadde het al, uit De aanslag, de roman van Harry Mulisch uit 1982. Het zijn de laatste twee zinnen van het eerste hoofdstuk van het eerste deel. Op de volgende bladzijden klinken buiten schoten en neemt de oorlog, we zitten in januari 1945, voor de familie Steenwijk alsnog een dramatische wending.

Wat is je houden aan de avondklok nu dan voor een opoffering? (Bep zit al klaar.)

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden