Artikel Wit Beeld Agata Nowicka

Het vuurwerk viel in het niet bij dat onweer

Plus James Worthy

Ik lig een boek te lezen op het strand. Het is een boek van een schrijver die ik niet mag. Ik wil het heel graag slecht vinden, maar het is een meesterwerk.

Iets verderop zitten twee meisjes op een kleed. Ze praten in het Noors over jongens.

Net na mijn studententijd werd ik door een vriendin gedumpt omdat ik volgens haar niet leergierig genoeg in het leven stond. Dus toen heb ik in een paar maanden tijd Noors geleerd. Ik hoopte haar een keer tegen te komen om te zeggen dat ik Noors had geleerd, maar ik heb haar nooit meer gezien. Terwijl ik Noors leerde, volgde zij een spoedcursus onzichtbaar worden.

“Ik vind hem leuk, maar ik wil nog niet verliefd worden. Mijn vader zegt dat ik nog te jong ben om verliefd te worden.”

“Je bent 19 en je vader is een lul.”

“Hoe doe ik dat? Verliefd worden.”

“Ik ben het ook pas twee keer geweest.”

“Maar wat voelde je dan?”

“Een soort kippenvel op mijn hart. Vooral de laatste keer dat ik verliefd was, voelde ik dat. Ik hoefde hem maar te zien en dan …”

“Wat?”

“Er gebeurt ook iets met je huid. Ik hoorde mijn huid smeken. De hele tijd ook. Mijn huid stopte alleen met smeken als ik door hem werd aangeraakt. Serieus.”

“Dat klinkt echt eng.”

“Het is ook eng. Maar aan de andere kant is het alles. Weet je nog dat het onweerde tijdens oud en nieuw?”

“Ja, toen we met onze ouders in Ålesund waren.”

“We keken naar het vuurwerk terwijl het onweerde. En toen zei jij dat je niet wist waar je moest kijken. Naar het vuurwerk of naar het onweer.”

“Uiteindelijk bleef ik naar het onweer kijken. Het vuurwerk viel in het niet bij dat onweer.”

“Nou, dat voelde ik ook toen ik verliefd was. Alles was onweer.”

Ik smeer mijn kruintje in met factor 50 zonnebrand. Vroeger was ik de schrik van de buurt, nu smeer ik mijn kruintje in.

Een oude man loopt de zee in. Hij kijkt naar de golven en trekt zijn zwembroek omhoog. Het zijn hoge golven. De oude man zet zijn voeten goed neer op de zeebodem en gaat extra breed staan. Als de volgende golf hem ­omver kan kegelen, heeft de zee gewonnen.

“Moet ik vanavond met hem gaan praten?”

“Waarom vanavond? Hij ligt drie handdoeken bij ons vandaan.”

“En wat ga ik zeggen dan?”

“Luister naar je hart.”

“Maar mijn hart spreekt een taal die ik niet ken.”

“Wat zou je tegen hem willen zeggen?”

“Dat ie fucking knap is.”

“Dat weet hij al. Kijk naar hem.”

“Ik weet het al. Jij en ik gaan een gat graven. En ik ga in dat gat liggen. Daarna gooi jij weer zand over me heen. En dan loop jij naar hem toe en dan wijs je naar mij en dan zeg je dat daar een schat begraven ligt. Hij hoeft me alleen maar op te graven. Meer niet. Dat is een begin, toch?”

“Perfect, ik kan het onweer al bijna horen.”

Ik kijk naar het gevecht tussen man en de zee. De zee wint. De zee wint altijd. Maar het is de oude man die juicht.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.