Plus Column

Het Vossius in brand: ik voelde paniek

Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

Op de middelbare school hoopte ik geregeld dat iemand het lumineuze idee zou opvatten het gebouw in de fik te steken. Dan zou ik, voor even, verlost zijn van proefwerken voor Frans, aardrijkskunde en Grieks. ­Natuurlijk bleef dit bij een heimelijke wens, want zelf zou ik zoiets nooit doen als braaf meisje uit Zuid.

Vorige week hoorde ik dat het Vossius Gymnasium, mijn oude school, werkelijk in brand stond. Het enige wat ik voelde was paniek. Ik sprong onmiddellijk op mijn fiets om de toestand met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Ter hoogte van het Muzenplein walmden de rookpluimen me al tegemoet.

Voor het Vossius stonden drie politiewagens en twee brandweerauto's. Tientallen brandweerlieden waren bezig het vuur te blussen. De straat aan de voorkant van de school was afgesloten met rood-wit gestreept lint.

Ik heb mijn middelbareschooltijd nooit als de leukste ­periode van mijn leven beschouwd, omdat ik zeven jaar lang verteerd werd door puberonzekerheden. Toch kwamen er nu op de een of andere manier alleen fijne gedachten in me op.

Terwijl ik zag hoe de vlammen uit de kantine sloegen, dacht ik aan onze gymlerares, die na een zomervakantie opeens kantinejuffrouw bleek te zijn geworden. Ze schreeuwde niet langer dat we harder ons best moesten doen tijdens de piepjestest, nu was ze de hele dag in de weer met het frituren van frikandellen en het bakken van tosti's.

Ik dacht aan de statige gangen waarin ik me altijd zo onzichtbaar mogelijk had proberen te maken, maar waar ik ook voor het eerst vlinders in mijn buik voelde. Op het rooster bekeek ik in welk lokaal mijn liefdesobject - de populairste jongen van de school, die twee klassen hoger zat - les had en zo probeerde ik, uiteraard tevergeefs, bij hem in de buurt te komen.

Ik dacht aan mijn leraar Nederlands die me liefde ­bijbracht voor poëzie en proza door me in aanraking te brengen met werken van Judith Herzberg en Remco Campert, aan mijn leraar geschiedenis die zo prachtig kon vertellen over de Russische Revolutie en aan mijn leraar Latijn, die tijdens de les altijd even koffie ging drinken en bij terugkomst naar alcohol rook. Ik dacht aan het schoolplein, waar ik op mijn dertiende mijn eerste Bacardi Breezer dronk en later voor het eerst ­stoned werd.

Maar waar ik vooral aan dacht, was hoe verschrikkelijk lang geleden het is dat ik op deze school zat. Door de vlammen besefte ik opeens de vergankelijkheid van de tijd die almaar door raast en ervaringen verandert in herinneringen.

Herinneringen die zelfs de ergste brand niet kan ­verwoesten.

Natascha van Weezel (32) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden