Plus Column

Het voorportaal van de hel bleek een glorieuze groene plek

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

In tegenstelling tot mijn ouders groeide ik niet op tussen de kippen en de schapen. Mijn uitzicht als kind waren flats, eindeloze rijen sociale huurwoningen en de duiventil van onze Molukse buurman. Natuur associeerde ik met een volgescheten balkon, en daar had ik niet zo veel mee.

Maar inmiddels snak ik naar groen, rust en ruimte. Eigenlijk naar alles wat steeds schaarser wordt, vooral in Amsterdam. Er is nog wel wat, maar je moet goed zoeken.

Afgelopen weekend vond ik zo'n glorieuze groene plek, in het meest westelijke deel van Nieuw-West. Ik had Osdorp al ver achter me ­gelaten toen ik op een Amerikaans aandoend stuk stad stuitte. Een benzinestation, een Mac Drive, een bedrijventerrein en geen mens te ­bekennen. Het voorportaal van de hel, dacht ik, maar niets was minder waar.

Want toen ik het bedrijventerrein doorkruiste, doemde in de verte een eindeloze groene weide op, de Lutkemeerpolder. Thuis van dierenhotel Pocahondas ('Poes, Cavia, Hond, Andere Soorten'; zo kan ik het ook) en biologische (zorg-) boerderij De Boterbloem.

Voor de houten boerderij stonden een man en vrouw, fietsen aan de hand.

"Was het leuk?" vroeg ik.

"Je heb net de Wild West Show gemist!" zei de man.

Ik lachte om zijn grapje, maar eenmaal in de boomgaard liep ik zowat tegen een echte cowboy op. Laarzen met puntneuzen, een gilet met franje, alles erop en eraan. Boven een open vuur hing een gebutste ketel, overal in het gras lagen rijpe appels en peren; voedsel voor rondhuppende kippen.

Voorbij de open schuren met tractors en hangende strengen knoflook, trof ik een bonkige man met een dikke, grijze krulsnor. Een kruising tussen een boer en een cowboy, vooral ook omdat hij weinig spraakzaam was, maar hij bleek geen van beide. De vraag wat hij dan wel deed, negeerde hij.

We zwegen en keken naar het wuivende gras in de verte. Na een poosje vertelde hij dat hij timmerman was, dat hij hier al als klein jochie al kwam, en dat hij het niet kon verdragen dat dit, het allerlaatste stukje in de stad waar je adem kon halen, moest verdwijnen. De gemeente wil namelijk het bedrijventerreintje, optimistisch Business Park Osdorp genoemd, uitbreiden.

In de boerderij, waar de eigenaar een geïmproviseerde kantine en miniwinkeltje met biologische groenten runt, vond ik protestkaarten, alvast geadresseerd aan de projectontwikkelaar van het bedrijventerrein. Er schijnt ook een ­online petitie te zijn, maar ik nam een kaart mee.

Daarna liep ik met een kop koffie over het erf richting het hoge gras. Daar ergens in het zachte gras wilde ik me nestelen, met een boek en de zon op mijn gezicht. Het kon weleens mijn laatste kans zijn.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op vrijdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden