Het volk is boos op uw voorouders, sire

PlusTheodor Holman

‘Het volk is boos, sire,” zei de hoofdlakei.

“Waarom en op wie?” vroeg de koning.

“Op uw voorouders, sire. Men heeft zojuist het beeld omvergetrokken van uw over-over-overgrootvader. Het volk zegt dat hij het slechte deed en het goede naliet. En daarom lijdt uw volk nog steeds.”

“Het slechte? Hij was een moedige krijger, hij heeft het land veroverd waar we nu op kunnen wonen.”

“Precies, sire. Hij was een oorlogs­crimineel.”

“Maar waar hadden we dan moeten wonen?,” vroeg de koning.

“Hij was slecht, sire. En ik hoor zojuist dat het volk het beeld van uw over-overgroot­vader eveneens omver heeft getrokken, sire. Het volk is boos op hem, want hij heeft destijds de bomen omgezaagd en daar huizen van gebouwd en daardoor is er geen bos meer in het land. Daar heeft het volk nog steeds last van.”

“Maar we hadden huizen nodig… ”

“Hij heeft bomen vermoord, sire, zegt het volk. En ik hoor zojuist dat op het Volksplein men het beeld van uw overgrootvader omver heeft getrokken, omdat bij paarden en koeien liet werken.”

“We hadden toen kracht te weinig en ­hadden melk en kaas nodig.”

“Die beesten werden uitgebuit, sire.”

“We waren heel goed voor ze.”

“We aten ze op en lieten ze voor ons ­werken, sire. Dat vindt het volk naar.”

De koning schudde zijn hoofd.

“Wat is er met mijn land aan de hand?”

“U zit te veel in uw hoge toren, sire. U begrijpt niets van deze tijd. Er zijn nieuwe normen en waarden. Het oude goed is slecht, zoals elk oud goed slecht wordt, sire. Eens wordt alles wat mooi is, lelijk. Zo moet u het zien. Ze zijn trouwens nu het beeld van uw vader aan het neerhalen.”

“Mijn vader?”

“Ja, sire. Ze noemen hem een verachtelijk wezen. Ze willen uw vader afzinken in de rivier. Uw vader ligt nu op de grond en ze trappen tegen zijn bronzen kruis en bespugen zijn bronzen hoofd.”

“Mijn lieve vader…”

“Hij was niet lief, sire. Het volk zegt dat hij ze tegen een karig loon veel te hard heeft laten werken.”

“Mijn lieve, lieve vader…”

“Goed dat hij naar beneden wordt gehaald, sire. Overigens, sire, als u nu even in de spiegel kijkt, kunt u nog een laatste blik werpen op uw eigen hoofd.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden