Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Het virus vreet onze beschaving kapot

PlusTheodor Holman

Ik stuurde ze een mail terug.

‘Dank voor jullie droevige foto’s uit New York. Het komt waarschijnlijk door de manier van fotograferen, maar ik meen dat ik het virus daar, in de 23ste straat, kan zien. Hij zit tussen, naast en achter jullie selfies. Als een arrogant spook. Op die ene foto, waarop je niemand ziet, hoor ik de ambulances die naar Central Park racen waar dat nood­hospitaal zit.

Gek is dat, die ambulances racen hier ook, en zo in elk ander land van de wereld.

Die solidariteit troost niet. Integendeel.

Vrees regeert hier ook, en verliest nog.

Van dat stomme virus kunnen ze hier alleen maar wollige animaties maken, en om het gevaar te onderstrepen geven ze het een grimmige mond en gemene ogen, zodat het op een monstertje lijkt met menselijke trekken. Wat is dat virus eigenlijk anders dan een onzichtbaar walgelijk mensje. Hij maakt ziek, doodt, vernietigt, is nietsontziend; een dictator die ons de adem beneemt. Wees eerlijk: als er een atoombom tegen corona bestond, hadden we die Little Boy al lang af laten gaan. (Ik zei het vaker: pacifisme is een luxe in vredestijd.)

Het virus vreet onze beschaving kapot. Geef de mens een snufje doodsangst en hij doet alles om te overleven; hij zal daarin zo ver gaan, dat er geen verschil meer is tussen hem en dat verderfelijke virus. Beschaving is namelijk een kunstwerk: een ballet met een bijzondere choreografie die je zo goed mogelijk moet uitvoeren, in de maat en met persoonlijke zeggingskracht.

Als je beschaving verloren dreigt te gaan, krijg je er aantrekkelijk genot voor terug. Je gaat ten slotte toch ten onder.

Elke avond vraagt men hier op de televisie aan psychiaters en filosofen (de hel is door hen ontworpen, zoals je weet) wat wij nu eigenlijk moeten leren van deze crisis. Dat schijnen filosofen en psychiaters te weten. Ze beginnen de beantwoording van dat soort vragen altijd met: “Ik mag toch hopen dat men inziet…” En dan krijgen we te horen wat we moeten inzien. Dat komt altijd precies overeen met de opvattingen die haaks staan op de mijne.

Alsof het virus de mens iets wijzer maakt.

Forget it!

Mij zou het niets verbazen als we over een jaar of twee elkaar in pizza’s verwerken. Die zou ik met genoegen opeten.

Ik lijd dus met jullie en New York mee, en dat meen ik.’

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden