James Worthy.Beeld Agata Nowicka

Het verliefde stel kan elkaar niet zien

PlusJames Worthy

Zij is verliefd op hem en hij is ook op haar, maar ze kunnen elkaar niet zien. Mogen elkaar niet zien. Ze leerden elkaar kennen toen alles nog normaal was, maar een week later was alles anders.

“Voel je je al wat beter?” vraagt hij.

“Ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Als je je laptop lang niet aanraakt, gaat het beeld uit, toch? Maar als je dan heel even beweegt, springt ie weer aan. Zo voel ik me. Als ik helemaal stil lig, is alles oké, maar als ik beweeg, danst de pijn over mijn bureaublad.”

“Kan ik soep komen brengen, of zo? Ik zet het voor je deur neer en dan ben ik weer weg.”

“Waarom willen mensen altijd soep voor je maken als je ziek bent? Ik begrijp het niet. Ik heb geen last van mijn kaken, dus die hoef je niet te ontlasten. Weet je waar ik trek in heb? In spareribs.”

“Maar je moet beter worden, lief.”

“Ik wil spareribs. Ga je spareribs voor mijn deur neerleggen?”

“Ja, maar waarom spareribs?”

“Omdat ik het mooi vind. Iedereen is maar de handen aan het wassen. Onze handen zijn nog nooit zo schoon geweest. Ik verlang naar van die gore spareribvingers. Heb je weleens een beer een bijennest leeg zien lepelen? Zo wil ik dat mijn poten eruitzien. Ik wil walgen van mezelf.”

“Maar je bent niet walgelijk.”

“Ik weet dat je verliefd op me bent en lieve dingen tegen me wilt zeggen, maar het is oorlog, maatje.”

“Noem je me nou maatje?”

“Ik ben niet zo goed in koosnaampjes. Hoe wil je dat ik je noem?”

“Nee, dit soort dingen moeten uit jezelf komen. Wat voor koosnaampje wil je mij geven?”

“Ik zit te denken aan kanjer…”

“Kanjer? Ben ik een ziek kind en ben jij de dokter?”

“Schatje?”

“Alleen mannen van boven de vijftig die vreemdgaan, gebruiken dat woord.”

“Regel jij nou maar eerst die spareribs. Ik ben vaak creatiever na het eten.”

Hij klopt op haar voordeur en doet tien stappen achteruit.

“Daar ben je.”

“Daar ben ik,” zegt zij en ze plukt het witte tasje van haar deurknop af.

“Je ziet er mooi uit.”

“Rot op, ik draag een oud tourshirt van zangeres ­Anastacia.”

“Precies, met die culturele rugzak van jou zit het wel goed.”

“Haha, sukkel. Je moet gaan. Ik wil je niet aansteken.”

“Ik ga ook. Smakelijk eten, en stuur even een foto als je op je allerwalgelijkst bent.”

“Zal ik doen, sukkel.”

“Dus mijn koosnaampje is sukkel?”

“Ja, omdat je niet begrijpt dat je veel te goed voor mij bent.”

“Morgen kom ik soep voor je brengen.”

“Waarom?”

“Je handen zijn nog nooit zo schoon geweest, en toch is je gezicht vele malen schoner dan je handen. En met schoon bedoel ik mooi. Op z’n Vlaams, weet je wel?”

“Ongelofelijke sukkel. Je laat mijn hart over het bureaublad dansen.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden