null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Het verdriet achter de drillrapmaskers

PlusPaul Vugts

Als één type straatjongen zijn onverschrokken reputatie koestert als voornaamste bezit, is het de drill­rapper. Ook in de rechtszaal zie je dus eerst het stoere loopje, het sportieve postuur en de bijpassende outfit. Tot het masker afvalt en in die stoere homey een beschadigd kind schuilt dat van het leven geen kans kreeg.

Deze dagen staan twee drillrappers terecht voor het doodsteken van Jay-Ronne Grootfaam, eind 2019 voor Bijlmerflat Florijn. Die botste met zijn vrienden van zijn drillrapgroep FOG (Fully Op Gevaar) uit ­Venserpolder op de verdachte boezemvrienden, drillrappers van KSB (Kikkenstein Bende) uit de K-buurt. Ze sloegen met machetes en een mes op elkaar in. Jay-Ronne stierf, 18 jaar jong. Zijn belagers, 18 en 20, renden in paniek weg. Hoe die strafzaak afloopt, vertel ik u later, elders in Het Parool.

Hier wil ik het hebben over de intens droevige, persoonlijke omstandigheden van de verdachten, die de rechters bespraken met een psycholoog van het Pieter Baan Centrum.

De jongste van de twee ken ik uit de tijd waarin zijn groepje pubers de K-buurt onveilig maakten, met gewelddadige overvallen, inbraken en een balk die van twaalfhoog naar agenten was gegooid. Over hem leverden de psycholoog en psychiater een rapport van 106 kantjes af.

De psycholoog had de clips op YouTube bekeken waarin de gemaskerde hoofdrolspelers in de drillrapvete elkaar zwaaiend met kapmessen bedreigen en vernederen in de vileinste straattaal. De jongen uit de clips stond in schril contrast met de jongen die zij sprak. Timide, ­verlegen, kwetsbaar en vol schaamte en spijt. (Ik grasduin wat in haar relaas.)

Als een hert dat in de kop­lampen kijkt, zo zei ze het. Ge­schrokken en verdrietig doordat Grootfaam dood is, volgens justitie door zijn fatale messteek. Hij had zijn vriend willen redden van Grootfaams kapmes, doodsbang wéér iemand te ­verliezen.

Te vroeg geboren kon hij nooit geknuffeld worden, omdat hij onder de eczeem zat. Zijn vader werd heel ziek toen hij vier, acht en tien was, zijn moeder overleed op zijn tiende. Hij groeide op in de overlevingsstand, van onverwerkt trauma naar onverwerkt trauma. Zwakbegaafd, borderline, angststoornissen, nachtmerries…

Zijn vriend werkte maar mondjesmaat mee, maar is volgens de psycholoog ook zwakbegaafd en in de greep van stoornissen door een jeugd vol geweld en het jong overlijden van zijn oom, zijn vaderfiguur. Zijn ontwikkeling stokte.

Het duo gedroeg zich in een observatieruimte ‘verrassend kinderlijk’. In niets als drillrappers uit een gevaarlijke bende, maar als ‘angstige kinderen die in een grotemensenwereld zijn beland’.

Zo houden de verhalen achter verdachten me vaker lang bezig. Aan de rechtbank de schone taak enig recht te doen in een zaak rond drie slachtoffers van het leven, die hun verdriet letterlijk maskeerden.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever.

Reageren? paul@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden