Plus Column

Het toneelstuk van de burgerparticipatie

Patrick Meershoek Beeld Maarten Steenvoort

Zoals deelnemers aan missverkiezingen koppig blijven hopen op wereldvrede, zo dromen bestuurders volgens eigen zeggen elke nacht van een grotere betrokkenheid van de burger bij het bestuur.

Ook het nieuwe college heeft versterking van de participatieve democratie uitgeroepen tot een prioriteit.

Een prachtig voornemen dat rampzalig kan uitpakken, weten de mensen die vorige week een vergadering bijwoonden van de stadsdeelcommissie in Zuidoost. De agenda was helemaal vrijgemaakt om met de bewoners van het stadsdeel van gedachten te wisselen over het onderwerp participatie.

Er waren negen bewoners komen opdraven. Een aantal van hen was op persoonlijke titel uitgenodigd door het stadsdeel, en het was opvallend met hoeveel warmte en enthousiasme deze mensen over bestuurders en ambtenaren spraken.

Anders lag dat bij de vertegenwoordigers van de bewonersorganisaties die de moeite hadden genomen om hun verhaal te komen doen. Zij vertelden huiveringwekkende verhalen over de praktijk van de participatie.

Een bewoner van Hofgeest vertelde zich twee jaar drie slagen in de rondte te hebben geparticipeerd voor een plan om de omgeving van de flat te verfraaien, om vervolgens van een ambtenaar te moeten horen dat het beschikbare geld per ongeluk was teruggestort in de algemene middelen van de centrale stad.

Geld weg, plan in de ijskast.

Een blunder met ingrijpende gevolgen, vertelde de bewoner, want alle flatbewoners die haar eerder sceptisch hadden voorgehouden dat het toch geen enkele zin heeft om met het stadsdeel om de tafel te gaan zitten, haalden nu in de lift meewarig glimlachend hun gelijk.

Zie je nou wel? Nooit meer doen.

De voorzitter van weer een andere bewonersorganisatie sloot de opsomming van zijn ervaringen af met een wrange analyse. Participatie? Bestuurders en ambtenaren spelen een spelletje en bewoners mogen aanschuiven. "Maar ik wil niet aanschuiven. Ik wil meepraten op basis van gelijkwaardigheid."

Daar zit hem de kneep, denk ik. De praktijk wijst uit dat het bestuur zelden met een leeg vel op de burger afstapt. Er zijn al ideeën, ontwerpen, afspraken met ontwikkelaars soms, en daarna wordt de burger uitgenodigd om zijn of haar mening te geven. Als het niet tot grote veranderingen leidt, wordt die inbreng verwerkt. Als het niet kan, gebeurt dat niet.

Op die manier is participatie geen serieuze zoektocht naar inbreng van de burger, maar een toneelstukje dat vrijwel elke week wel ergens in de stad wordt opgevoerd, in een zaaltje met koekjes en koffie op tafel, een flip-over en een externe deskundige die de opgedraafde bewoners gedurende urenlange en uitputtende sessies naar de gewenste uitkomst boetseert.

Als het nieuwe college werkelijk de democratie wil vernieuwen, lijkt het verstandig als eerste stap meteen deze manier van participeren af te schaffen en te vervangen door een opzet die eerlijk en transparant is. Uiteraard in overleg met de burger.

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden