Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Het toilet van de zwanen

PlusMaarten Moll

Van verre zie ik hem op de dijk al aankomen.

Broodman.

Nog steeds zonder fiets.

Ik herken zijn loop.

Maar er is iets.

Ik zie het pas als hij dichterbij is gekomen.

Hij loopt zonder broodzak.

Een gek gezicht.

“Geen kruimels oud brood voor de vogels vandaag?” zeg ik.

Broodman kijkt me aan.

“Wentelteefjes,” zegt hij. “Ik had vanochtend zo’n zin in wentelteefjes.”

Ik kijk naar de vogels die op het geluidsscherm van de A10 zitten.

Broodman wijst naar de overkant van het water.

“Heb je dat gezien?”

Ik kijk, maar ik begrijp niet wat hij bedoelt.

“Wat?”

“Die zwanenstront.”

Ik weet het.

Aan de overkant, op een bepaald stuk van de stoep, is het toilet van de zwanen. Het is een enorme kolere­bende, ik heb vorige week twee keer de groenzwarte stront onder mijn schoenen vandaan moeten schrapen. (Netjes op het balkon op een krant, met een speciaal voor die gelegenheden bewaard oud aardappelschilmesje met mintgroen heft.)

“Het wordt steeds erger,” zegt Broodman. “En eergisteren zag ik dat iemand bij de zwanenpoep een zak paprikachips had uitgestort. Dat spul ligt er ook nog.”

Hij wijst weer. “Als je goed kijkt, zie je het.”

“Paprikachips?” zeg ik.

“Ja, en de zak lag er nog bij.”

“Lay’s?”

“Geen idee,” zegt Broodman.

“Lusten zwanen paprikachips?”

“Geen idee,” zegt Broodman.

“Ik had gedacht dat de gemeente die rotzooi wel zou hebben opgeruimd.”

We zwegen een tijdje. Er kwamen een paar meerkoeten voorbij. Ik hoorde het hoge gepiep, dat me altijd doet denken aan het geluid van de rookmelders als de batterijen vervangen moeten worden.

“Het kan natuurlijk ook een afschrikmiddel zijn. Een soort rattengif zeg maar, want ik heb ze daar al twee dagen niet meer gezien. Die poep kan me niet zoveel schelen, maar wie gooit er nu paprikachips neer? Ze kunnen er wel in stikken.”

“Misschien lusten ze alleen bolognesechips,” zeg ik.

Broodman gaat er niet op in.

Dan horen we geklapwiek en komen er een paar zwanen aangevlogen.

“De jongen krijgen vliegles,” zegt Broodman.

“Vorige week zag ik er eentje rakelings over de brug scheren,” zeg ik. “Dat ging maar net goed.”

“Vorig jaar?” zegt hij.

Ik wil wat zeggen, maar hij gaat al verder.

“Of twee, drie jaar geleden?”

Hij kijkt me aan.

“In ieder geval leerden die twee hun kleintjes toen ook vliegen. Zes waren het er. En twee hebben zich doodgevlogen tegen de brug.”

Broodman kijkt naar de gelande zwanen. Hij heeft eerder dit jaar per ongeluk een broertje of zusje van de jongen doodgereden met zijn fiets. Sindsdien durft hij niet meer te fietsen.

We staan nog een minuut of wat naar de zwanen te kijken.

“Nee,” zegt Broodman, “ik geloof niet dat die beesten chips eten. Maar ik zal die troep vanmiddag wel even opruimen.”

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden