Column

Het Schapenburgerpad is het ondoorgrondelijkste paadje van Amsterdam

James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

De eerste keer dat ik over het Schapenburgerpad liep, was toen ik een vriendinnetje had dat in de Vossiusstraat woonde. Haar vader mocht mij niet zien, dus ik moest via de achtertuin het pand betreden. De beste man was van mening dat ik te havo was voor haar atheneum en te driehoog voor haar herenhuis.

Ik was niet goed genoeg voor zijn dochter en juist daarom vond zijn dochter mij zo leuk. Ik was de worm in zijn oogappeltje en de vader kon het eenvoudigweg niet verteren dat ik mezelf steeds dieper in haar vruchtvlees vast at. Soms zag ik hem staan terwijl we hand in hand het Schapenburgerpad op slopen.

Dan stond hij daar voor de ramen van zijn werkkamer. Verloren in zijn ivoren toren. Geflankeerd door huizenhoge boekenkasten. Een man met een sjaaltje om zijn nek. In de bioscoop liet ik steevast zuigzoenen achter in de hals van zijn dochter.

Op den duur begon haar recalcitrantieverlangen toch enigszins te bekoelen en werd ik op grove wijze naar de pechstrook van het leven verbannen. Met een aan stukken gescheurd hart liep ik naar huis over het Schapenburgerpad.

Hoe het daar ook zo ligt. Dat malle zandpaadje dat in de Hobbemastraat begint. Het zit verstopt tussen de juweliers, de Italiaanse modehuizen, de zalfjeszaken en de bijdetijdse bistro's waar je de voetbalvrouwen live kunt zien Instagrammen.

Daar waar de sportauto's dubbel geparkeerd staan. Gebleekte tanden achter geblindeerde ramen. Daar, op die plek, ligt het driehonderd meter lange Schapenburgerpad. Een fossielachtig stukje polder.

En als de nacht gevallen is, is het ongetwijfeld de engste plek van Amsterdam. Nergens in de stad is de nacht zo onheilspellend zwart. Als de zon slaapt, lijkt het paadje op maat te zijn gemaakt voor mensen als Jack the Ripper en Andrej Tsjikatilo, maar overdag is het Schapenburgerpad mijn favoriete eigenaardigheid.

Het eerste wat je denkt als je over het paadje loopt: dit hoort hier helemaal niet te liggen. Maar als je aan het einde van het paadje staat, weet je en voel je dat het Schapenburgerpad er eerder was dan de stad. In dit zandweggetje staan de voetstappen van mensen die er al eeuwen niet meer zijn en naast het weggetje staan de bomen die alles hebben gezien.

Bij de ingang hangt overigens een bord waar verboden toegang opstaat. Dit bordje is ongetwijfeld ooit opgehangen door de man die mij niet als schoonzoon wilde hebben. Dus negeer dit bord. Wees recalcitrant. Loop over het zand en blijf lopen tot je niet meer kunt lopen.

Het Schapenburgerpad is het ondoorgrondelijkste paadje van Amsterdam. Het is een onuitwisbare zuigzoen die het verleden ooit in de hals van de stad heeft achtergelaten.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden