Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

‘Het ruiken gaat nog prima,’ riep ik. ‘En ik proef ook nog goed’

PlusMaarten Moll

Gloeiende benen.

Ik bleef binnen. Niet aan ziek worden denken, dacht ik.

“Hoe voel je je?” vroeg M.

“Gewoon een beetje koorts, denk ik, niets aan de hand.”

“Zal ik je even temperaturen?”

“Hmm, volgens mij zakt het al.”

“Ga je nou weer stoer lopen doen?”

“Ik heb gewoon warme benen, stelt niets voor.”

“Als je het aan je keel krijgt, laat je je testen, oké?”

“Jaja.”

Jaja. Een Moll is nooit ziek. Ik hoorde het haar denken.

Een jaar of drie geleden stapte ik ’s ochtends uit bed, om meteen om te vallen. Duizelig en misselijk bleef ik een paar dagen in bed liggen. Nam een paar oude pilletjes tegen wagenziekte die nog in het badkamerkastje lagen.

Na een week was het over en kon ik weer naar buiten.

Toen ik vorig jaar mijn dokter weer eens sprak, en dat voorval ter sprake bracht, keek hij mij verbijsterd aan.

“Waarom heb je mij niet gebeld?”

“Ik ben nooit ziek,” zei ik.

Hij schudde zijn hoofd.

“En het ging toch gewoon weer over?”

Hij werd heel boos, doceerde dat een ontsteking aan het evenwichtsorgaan, neuritis vestibularis, ernstig was, en ik beloofde nooit meer stoer en dom te zijn.

In de keuken hield ik een tomaat bij mijn neus, en een walnoot. En de in zilverfolie gewikkelde kaasjes, waar we op nieuwjaarsdag mee lunchten.

“Het ruiken gaat nog prima,” riep ik.

Ik at een mandarijn.

“En ik proef ook nog goed.”

“Zal ik soep maken?” vroeg M.

Soep.

Soep als wondermiddel.

“Ik ben toch niet ziek?” zei ik.

M. reageert niet eens meer op deze rurale oerkreten.

Het is een oude familieriedel. (Nog een, van mijn vader, uit de tijd dat hij ploegendiensten bij Vredestein draaide: “Op soep kan ik niet werken.” Afgewisseld met: “Rijst? Dan heb ik over twee uur weer honger!”)

Ik heb niets met soep.

Dat is niet helemaal waar.

Toen ik twee jaar oud was, maakte mijn moeder soep. Ze schonk de gloeiend hete soep, staande aan het aanrecht, in kommen. Ik kwam onder mijn moeder door en trok met mijn handjes een kom naar me toe.

Het brullen moet tot op de Besthmenerberg te horen zijn geweest.

De littekens vervagen, maar zijn nog steeds goed te zien.

Het betrof groentesoep met balletjes.

Misschien heeft mijn weerzin tegen soep daarmee te maken.

M. maakte toch soep. Aardappelpreisoep met mosterd.

Ik proefde de soep.

Ik nam nog een bord.

“Ik heb gewoon trek,” zei ik.

M. zei niets.

Vanochtend was het gloeien opgehouden.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden