Femke van der LaanBeeld Agata Nowicka

Het rook in huis de hele dag naar natte kleren

PlusFemke van der Laan

Met een boodschappentas tussen mijn voeten sta ik te wachten bij de uitgang van de supermarkt. Het regent. Niet eens zo hard, maar toch wil ik de bui niet in.

Ik ben niet de enige. Er staan nog meer mensen te wachten. Iemand zegt iets over de regen. En over stormen met namen.

Gisteren hing er een jas op elke radiator. En handschoenen. Een muts. We waren allemaal natgeregend. Om beurten. Het had in huis de hele dag geroken naar natte kleren. Natte kleren op warme radiatoren. Ik had me afgevraagd wat ik ervan vond, van die geur. Of het onaangenaam was of juist niet. Maar ik kwam niet verder dan dat het rook naar natte kleren op warme radiatoren.

Ik kijk naar de mensen om mij heen. Misschien hingen hun verwarmingen gisteren ook vol. Misschien zou ik in hun huizen wel weten of zoiets stinkt of niet.

Ik denk opeens van wel.

Naast me staat een jongen. Hij is een jaar of zes. Zijn moeder staat verderop, bij de pinautomaat, en zoekt iets in haar tas. De jongen is de enige die met zijn rug naar de uitgang staat. Hij kijkt niet naar de regen, maar naar het televisiescherm dat aan het plafond hangt. Hij ziet zichzelf. Ik til de tas op en draai me om. Ik zie mezelf ook. De jongen zwaait naar het beeldscherm. Eerst met zijn ene hand, langzaam, dan met zijn andere, net zo traag. 

Ik kan zijn gezicht zien van opzij, de lichte verbazing. Dan gaat de eerste hand weer omhoog. Iemand bij de deur zegt iets over afvoerputten en regenwater. Ik tik met de vingers van mijn rechterhand tegen mijn been aan. Alsof ik pianospeel. Links op het beeldscherm zie ik het bewegen.

Ik kijk altijd naar het beeldscherm als ik hier binnenloop. Het gaat vanzelf. En elke keer voel ik verbazing als ik mezelf rechts uit beeld zie lopen terwijl ik een bocht naar links maak.

“Het is geen spiegel.” De jongen kijkt me aan en ik wijs naar het televisiescherm.

“Het is allemaal andersom.”

Ik knik. “Raar, hè?”

De jongen schuifelt naar rechts. Voetje voor voetje. “Nu ga ik die kant op.” Dan schuifelt hij weer terug.

“En nu die kant.”

Dan steekt hij zijn handen in de lucht en laat zijn vingers naar beneden dwarrelen. Als regendruppels. “Maar boven en beneden is wel gewoon.”

“Ja, die wel.”

Ik steek ook mijn hand de lucht in om mijn vingers te laten dwarrelen. De mouw van mijn jas strijkt langs mijn gezicht. Ik ruik natte kleren. Nu weet ik zeker van wel.

We bewegen nog een tijdje heen en weer. Tot het droog is. Thuis stop ik mijn jas in de machine.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden