Opinie

‘Het Paleis op de Dam zwijgt heimelijk over het slavernijverleden’

Het Paleis op de Dam is gebouwd toen Amsterdam zich op de piek van zijn koloniale macht bevond.  Beeld ANP
Het Paleis op de Dam is gebouwd toen Amsterdam zich op de piek van zijn koloniale macht bevond.Beeld ANP

Het Paleis op de Dam gaat zijn eigen koloniale verleden uit de weg. Een gotspe, vindt Sander van der Horst. ‘Hoog tijd dat het paleis het hele verhaal gaat vertellen.’

Het Paleis op de Dam: vaak gezien als hét gebouw van de ‘Gouden Eeuw’. Geroemd door architecten als hoogtepunt van het Hollands classicisme en geliefd door Amsterdammers als uithangbord van de stad. De plek waar Nederlandse vorsten na hun inhuldiging het volk begroeten en waar staatshoofden van andere landen bij een staatsbezoek worden vertroeteld. Een Mokumse topattractie met meer dan een kwart miljoen bezoekers per jaar.

Dit succesverhaal heeft echter een keerzijde. Zo blijkt uit het recente onderzoek De slavernij in Oost en West dat meer dan de helft van alle Amsterdamse burgemeesters die ooit in het Paleis op de Dam resideerden, ook bewind­hebber bij de VOC, WIC of de Sociëteit van Suriname waren. Laatstgenoemde organisatie gebruikte het paleis zelfs als dé vergaderplek voor rechtspraak en wetgeving in koloniaal Suriname. Historisch staat het dus buiten kijf: het Paleis op de Dam was een van de ‘hoofd­kantoren’ van het Nederlandse kolonialisme in het algemeen en van de Amsterdamse ­slavenhandel in het bijzonder.

Maar daarmee is de kous niet af. Het Paleis op de Dam is gebouwd toen Amsterdam zich op de piek van zijn koloniale macht bevond. Die macht moest worden uitgestraald. Zo stuit je als bezoeker van het paleis bij binnenkomst op reusachtige wereldkaarten, bedoeld als ‘glorieus’ bewijs voor de expansie overzee.

Vervolgens loop je door naar verschillende zalen met wandschilderingen, tjokvol karika­turale portretten van zwarte mensen. Eenmaal weer buiten wacht het fronton aan de achterzijde, waarop de Amsterdamse stedenmaagd geschenken krijgt aangereikt van tot slaaf gemaakte mensen. Kortom: het Paleis op de Dam is niet alleen onlosmakelijk verbonden met het slavernijverleden, maar staat ook bol van koloniale symboliek.

Kritische zelfreflectie

Het Paleis op de Dam had er daarom goed aan gedaan de Nederlandse Black Lives Matter-­protesten van dit jaar – waarvan de eerste nota bene pal vóór het paleis plaatsvond – als startschot te zien voor kritische zelfreflectie. Dat is niet gebeurd. Sterker nog, op geen enkele manier worden bezoekers gewezen op het ­slavernijverleden van het paleis, laat staan op de symboliek binnen en buiten het gebouw. Zelfs de website van het paleis zwijgt heimelijk.

De audiotour van het paleis noemt weliswaar één keer de Nederlandse koloniale geschiedenis; de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië in 1949. Een belangrijk feit dat terecht wordt vermeld. Maar door verder te zwijgen over de 400 jaar kolonialisme die aan deze overdracht voorafgingen, ontstaat een zelffeliciterend beeld in de trant van ‘wat goed dat wij Indonesië de vrijheid gunden!’ Al met al wordt één ding duidelijk: het Paleis op de Dam gaat zijn eigen koloniale verleden uit de weg. In een tijd waarin steeds meer wordt gereflecteerd op de erfenis van het kolonialisme en de slavernij, is dit niets minder dan een gotspe.

De Nederlandsche Bank

Wat kan het paleis doen? Te rade gaan bij tal van instituten in Amsterdam die op dit moment de hand in eigen boezem steken bijvoorbeeld. Neem het Amsterdam Museum of het Tropenmuseum. Ja, zelfs De Nederlandsche Bank laat historisch onderzoek doen naar haar rol in de slavernij.

Het paleis zou ook tentoonstellingen kunnen inrichten met The Black Archives, Mapping Slavery NL of Black Heritage Tours Amsterdam, organisaties die al jaren met succes het slavernijverleden van de hoofdstad zichtbaar maken. Ook zouden kunstenaars gevraagd kunnen worden tegenwicht te bieden aan de koloniale symboliek van het paleis. En wat als die audiotour wél over die 400 jaar Nederlands kolonialisme zou gaan?

Het moge duidelijk zijn: het verleden en de uitstraling van het huidige Paleis op de Dam zijn niet mis te verstaan. Inmiddels zijn er echter genoeg initiatieven die laten zien hoe slavernij en kolonialisme een plek kunnen krijgen in onze geschiedenis. Laat het jaar 2021 daarom een keerpunt zijn. Dan is het niet alleen 400 jaar geleden dat de WIC werd opgericht, maar zal de gemeente Amsterdam hoogstwaarschijnlijk excuses voor het slavernijverleden aanbieden. De uitgelezen kans voor het Paleis op de Dam om het hele verhaal te vertellen. Alleen dan kan het een uithangbord van álle Amsterdammers worden.

Sander van der Horst,  masterstudent colonial and global history aan de Universiteit Leiden, doet onderzoek naar de Indo­nesische dekolonisatie-oorlog. Beeld
Sander van der Horst, masterstudent colonial and global history aan de Universiteit Leiden, doet onderzoek naar de Indo­nesische dekolonisatie-oorlog.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden