Column

Het optimisme heeft kennelijk zijn beste tijd gehad

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (35) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James Worthy Beeld Agata Nowicka

De wereld staat in brand en aan de ene kant van het vuur staan de mensen die bluswater huilen en aan de andere kant staan de benzinespuwers.

De vlammen dansen een regendans, maar de wolken lijken doofstom. Het vuur is het enige wat ons nog verbindt, de hitte laat onze maskers smelten. Alle eigenschappen die we vroeger uit schaamte verstopten, zijn momenteel juist de dingen waar we het meest trots op zijn.

De ene groep denkt dat het de vingers constant op de zere plek moet leggen en de andere groep ziet alles door de vingers in de naam van de liefde. Ik hoor overigens bij de groep die bluswater huilt. Ik ben een dromer, een man zonder werkelijkheidszin; als alles al verloren is, geloof ik dat het nog goedkomt.

De loop van een geweer is mijn sterrenkijker. Ook geloof ik in het werkvermogen van het hart en dat elke hartslag een startschot is voor een klopjacht op de liefde. Maar de groep aan de andere kant van het vuur is in hoog tempo aan het groeien.

Als er geen steekvlammen zijn, kan ik in hun ogen kijken. Ze hebben de ogen van gedesillusioneerde idealisten. Ooit geloofden ze ook in een goede uitkomst, maar nu klagen ze over de binnenkomst van oorlogsvluchtelingen.

Ooit geloofden ze in samensmelting, maar vandaag verafschuwen ze elke vorm van verbinding.

Mijn biologieleraar zei altijd dat het hart net zo groot als een gebalde vuist is, maar ik begin steeds meer te geloven in het feit dat sommige mensen gewoon een gebalde vuist in hun borstkas hebben zitten. Tientallen centimeters boven hun twaalfvingerige darm huist de vijfvingerige verbittering.

De aarde is prachtig rond, maar de mensen aan de andere kant van het vuur pogen de aarde weer plat te schelden. En het gaat ze lukken, want optimisme is passé.

We leven in een land waar oorlogsvluchtelingen een beetje geld krijgen om opnieuw te kunnen beginnen en dat is een wonderschoon gegeven, maar de mensen aan de andere kant van het vuur willen nu ook geld voor een nieuwe televisie.

Men is jaloers op oorlogsvluchtelingen. Het optimisme heeft kennelijk zijn beste tijd gehad. Als we een rapper in een mooie auto zien rijden, zijn we niet trots op hem, nee, we misgunnen een van de beste liedjesschrijvers van Nederland zijn verdiende loon.

Als we een vrouw met een hoofddoek voor de klas zien staan, zien we niet hoe ongelofelijk fraai en vrij die vrouw ons land maakt, nee, dan spuwen we liters benzine op het vuur.

Een rapper in een mooie auto, een moslima voor de klas, het zijn juist die dingen die de pure vooruitgang aantonen, maar de mensen aan de andere kant van het vuur willen geen vooruitgang. Die willen dat alles hetzelfde blijft.

En samen zorgen we dat het vuur blijft branden. Zij zijn verontwaardigd en ik ben verontwaardigd over hun verontwaardiging en zo is verontwaardiging niets meer dan een klontje kruidenboter op een warm stuk vlees geworden.

Allebei de groepen staren in het vuur. Het vuur zal ons nooit veranderen, zo naïef ben ik ook weer niet, maar ik hoop wel dat het vuur ons ooit zal vermenselijken.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden