Opinie

‘Het OM kan niet garanderen dat het onafhankelijk is’

Geert Wilders heeft een punt door te stellen dat het OM als onderdeel van de uitvoerende macht gevaar loopt op politieke invloed, stelt oud-hoogleraar migratierecht Ulli d’Oliveira.

De rechters en Geert Wilders in het proces over de Marokkanen-uitspraken van de PVV-voorman. Beeld ANP

Twee maanden geleden heeft zich een aardbeving voorgedaan in onze rechtsstaat. Het betrof de positie van het Openbaar Ministerie (OM). Dat wordt meestal aangeduid als staande magistratuur, terwijl de rechters zitten. In de Wet op de rechterlijke ­organisatie worden de leden van het OM aangeduid als rechterlijke ambtenaren, net als de zittende magistratuur. Vormen zij één pot nat?

Nee, heeft het Hof van Justitie van de EU uitgemaakt. Het ging om de vraag of het Duitse OM, dat een vergelijkbare positie bekleedt als het onze, kon gelden als ‘rechterlijke autoriteit’. Die vraag werd gesteld door de Ierse rechter die te maken kreeg met Europese Aanhoudingsbevelen ( EAB’s ), uitgevaardigd door de Duitse Staatsanwalt.

De Grote Kamer van het Hof stelde voorop dat de definitie van ‘rechterlijke autoriteit’ niet aan de lidstaten kon worden overgelaten, maar een autonoom begrip is dat uniformiteit in de ­lidstaten moet verzekeren. Het Hof vulde dat zo in, dat als zo’n EAB werd uitgevaardigd door een autoriteit die geen zittende rechter is, in elk geval wettelijke waarborgen aanwezig dienden te zijn voor de onafhankelijkheid van die ­instantie om te zorgen dat procedurele en materiële grondrechten niet in de knel zouden komen door inmenging van buitenaf, met name vanuit de ministeries. Politieke vervolging diende te allen tijde te worden voorkomen.

Uiterst zeldzaam

Vaststond, dat het Duitse OM formeel onder de geboden stond van de minister. Ook al waren de ­interventies van de uitvoerende macht uiterst zeldzaam en met allerlei waarborgen omgeven, en kon men achteraf in beroep tegen de uitvaardiging, dat kon het Duitse stelsel niet redden.

Openbaar Ministeries van een lidstaat die het risico lopen dat zij in een individueel geval worden aangestuurd door de uitvoerende macht zijn geen ‘rechterlijke autoriteit’ in de zin van de regeling van het EAB en dus niet bevoegd zo’n bevel uit te vaardigen dat in een andere lidstaat moet worden ten uitvoer gelegd.

Achtergrond is het uitgangspunt van vertrouwen van de lidstaten in elkaars rechtspleging, op grond waarvan het stelsel van de EAB’s is ingericht, terwijl bij andere staten de moeizame uitleveringsprocedure moet worden gevolgd.

Stevig denkwerk

Nederland zit in hetzelfde schuitje als Duitsland. Onze minister van Justitie mag algemene en bijzondere aanwijzingen aan het OM geven. De juridische seismologen van het ministerie van Justitie en Veiligheid hadden op grond van eerdere rechtspraak van het Hof de aardbeving al zien aankomen en stelden minister Grapperhaus in staat daags na het arrest van het Europese Hof een wijziging van de Overleveringswet naar de Kamer te sturen. Daarin is de officier van justitie halsoverkop vervangen door de rechter-commissaris.

Het oordeel van het Europese Hof, in het kader van de Europese regelgeving, roept vooral de vraag op of het OM niet volledig moet worden losgekoppeld van het ministerie, ter verzekering van zijn onafhankelijkheid bij het uitoefen van zijn monopolie op vervolging, maar ook van andere taken, is aan de orde. De aanwijzingsbevoegdheid, ook in individuele gevallen, van de minister dient dan te verdwijnen.

Of moeten we wachten op het stukje bij beetje wegtikken van bevoegdheden van het OM omdat deze onvoldoende waarborgen bieden voor onafhankelijkheid op Europees niveau? Dan kunnen seismologen nieuwe bevingen zien aankomen. Hier is dus stevig denkwerk vereist.

Schending van machtenscheiding

Wilders heeft zich stelselmatig beklaagd over schending van de machtenscheiding in zijn proces. Ten onrechte, want het OM vormt onderdeel van de uitvoerende macht, en niet van de zittende magistratuur.

Maar hij heeft een punt dat het OM daarmee in beginsel bloot staat aan beïnvloeding door de politieke top van die uitvoerende macht, en dus geen garantie kan geven voor onafhankelijke beslissingen. Ook al heeft de minister niet de hand gehad in diens vervolging – dat zal nog moeten blijken – in feite had hij wel degelijk de bevoegdheid om daartoe een aanwijzing te ­geven. Zeker in het geval van een volksvertegenwoordiger zou zo’n aanwijzing hoogst onwenselijk zijn.

Ulli d’Oliveira, Oud-hoogleraar migratierecht aan de UvA, verbonden aan Prakken D’Oliveira Human Rights Lawyers Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden