Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Het modische millennialgehalte is hoog in het Soho House

Plus Roos Schlikker

“Of course, no problem.” De ober die het meisje naast me bedient, knipmest richting keuken om ervoor te zorgen dat ze haar bananenbrood op exact hetzelfde moment als haar capu krijgt en niet ná elkaar, want dat zou de ontbijtervaring bederven.

Ik zit te werken in het Soho House, een sociëteit voor creatieve mensen. Het modische millennialgehalte is hoog maar ik staar graag naar vloggers, ontwerpers, scribenten en mensen met beroepen die ik niet snap maar die de toekomst hebben en die rondlopen in outfits die ik ook niet snap maar die exact de juiste je ne sais quoi-hipheid uitstralen. Bovendien is de koffie lekker.

Ik ben van ver gekomen. Twintig jaar geleden begon ik als leerling-journalist bij een financieel-economisch tijdschrift. In een grauw kantoor vol systeemplafonds tikte ik stukjes waarin vaak de woorden ‘kansen’ en ‘bedreigingen’ stonden, want die zijn er altijd. Een haperende koffieautomaat spuugde bruin water, schrijvers bogen zich over beursstatistieken en in de hoek van de zaal stond een kamerplant waarachter nog een redacteur verborgen zat, maar dat ontdekte ik pas weken na mijn eerste werkdag.

Er werd in mijn begintijd, voor er meer jonge honden waren aangenomen, veel gezwegen. Slechts één oudere journalist maakte kabaal, een lieve lobbes die cijferkundig geniaal was maar ietwat bijzonder in het sociale verkeer, wat me ernstig voor hem innam. Als iedereen in een jaarverslagcoma was gesukkeld, schreeuwde hij pardoes en keihard over de redactie: “Sjni sjni sjni!”

Wat hij bedoelde bleef onduidelijk, maar het was de attractie van de dag. En woensdag was bijzonder. Dan waren er kroketten in de kantine.

Tevreden neem ik een hap avocadotoast. Ook de kantoorhumor blijft me tegenwoordig bespaard. Als twintiger met geldingsdrang was ik nogal grofgebekt. Dikwijls ontsnapte me een welgemeend “kut”, wanneer mijn computer haperde. Met een beetje pech slofte de archivaris langs, een kartonkleurige kerel die documentatie rondbracht en na mijn uitroep bromde: “Hoor ik daar een delicatesse?” Na twee jaar nam ik ontslag, opgelucht dat ik nooit meer dat gebouw binnen hoefde. Maar menselijke weemoed haalt geinige trucjes uit. Wacht lang genoeg en je gaat terugverlangen naar dat waaruit je ontsnapte. Het oude krijgt opnieuw zijn charme.

Wie had gedacht dat de stonewashed spijkerbroek weer bon ton zou worden? Let maar op, over enkele jaren is het aarsgewei, de tribale tatoeage boven de bil­spleet, opnieuw een hit en zal het bruine liplijntje als vanzelf getekend staan rond talloze duckfacemondjes.

Ik glimlach bij die gedachte als een jongen in een gebreid joggingpak dat lijkt op een babyhansop uit de jaren vijftig maar vast heel Oost-Duits-trendy is, zijn kameraad begroet, een gast met een gebloemde nek­shawl rechtstreeks geleend van tante Annie.

“Hé lekkere dickpik,” klinkt het terwijl de jongens boksbewegingen maken. En plotsklaps roep ik het, zonder erbij na te denken zomaar hardop. “Hoor ik daar een delicatesse?” Ik schrik me wezenloos. Maar de geur van bruin water uit een haperende koffieautomaat waait mijn neusgaten in, als een zachte bries uit het verleden.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden