Marcel Levi. Beeld Artur Krynicki

Het lukt de producenten van medische spulletjes geen last te hebben van een negatieve imago

Plus Marcel Levi

Krantenknipsels uit het begin van de twintigste eeuw spreken schande over de stijgende kosten van de gezondheidszorg. In het net geopende Wilhelmina Gasthuis is de prijs van een ziekenhuisopname inmiddels opgelopen tot bijna een gulden per dag en economen cijferen ons voor dat met dergelijke prijsstijgingen de gezondheidszorg binnen afzienbare tijd onbetaalbaar zal worden. Er is honderd jaar later nogal wat veranderd, maar de discussie over ‘onbetaalbare’ gezondheidszorg lijkt van alle tijden.

In 2019 kost een ligdag in een ziekenhuis al snel honderden euro’s. Anders dan een eeuw geleden bestaan die kosten niet meer bijna alleen uit salarissen van medewerkers, maar in toenemende mate ook uit kosten voor het gebruik van materialen en apparatuur.

In het ziekenhuis van honderd jaar geleden werd behalve wat verbandmateriaal, een tongspatel en een warme kruik niet veel geld uitgegeven aan spulletjes. Inmiddels zijn bij de zorg voor patiënten talloze scanners, beademingsmachines, echoapparaten, pacemakers, orthopedische implantaten, monitoren, dialysesystemen, infuuspompjes en allerlei buisjes en slangetjes niet meer weg te denken.

Naar schatting gaat er wereldwijd ongeveer 300 miljard euro om in de medische hulpmiddelenindustie en dit bedrag groeit 6 tot 10 procent per jaar. Het is een enorme business met minstens zulke grote belangen en megawinsten als bij de farmaceutische indus­trie.

Op de een of andere manier lukt het de producenten van medische spulletjes geen last te hebben van het negatieve imago van de pillenfabrikanten. Ze opereren onder de radar en kunnen zich ­geruisloos onttrekken aan regels die gelden voor de interactie tussen ziekenhuispersoneel en commercie.

Zo is het voor een fabrikant van apparaten makkelijker dokters mee te nemen naar een buitenlands congres (waar uiteraard het nieuwste wagenpark uitgebreid wordt besproken), terwijl dat voor farmaceutische fabrikanten gelukkig al jaren nauwelijks meer mogelijk is.

Verpleegkundigen zijn – zoals gewoonlijk – bescheidener en zijn met een taart voor de afdeling al zo ingenomen dat ze bereid zijn de leuterpraatjes van de vertegenwoordigers van nieuwe disposables aan te horen.

Een andere bekende truc van apparatuurverkopers is een nieuwe machine ‘gratis’ een tijdje op proef te laten gebruiken in een operatiekamer of laborato­rium. Daarna is het een kleine moeite het apparaat ‘onmisbaar’ te laten verklaren en is de aanschaf een voldongen feit.

Veel ziekenhuisdirecties proberen met kortingen op inkoop de eindjes aan elkaar te knopen. Met succes: op bijna elke aankoop van goederen of aanschaf van apparatuur kunnen enorme kortingen worden bedongen.

Gezien het relatieve gemak waarmee grote kortingen worden verkregen, is duidelijk dat we al jaren massaal te veel betalen door een wellicht veel te amateuristisch inkoopbeleid. Inkoopvoordelen voor ziekenhuizen kunnen zo oplopen tot miljoenen euro’s per jaar en dat is geld dat direct beschikbaar is om de zorg te verbeteren.

Reageren? m.levi@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden