Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Het Lot vond het tijd voor het coronavirus

PlusTheodor Holman

Ik wilde hem iets uitleggen, terwijl hij in zijn bedje lag en een schriel nachtlampje zijn stripboeken en een fietshelm verlichtte.

“Het Lot had zich net van een sympathieke kant laten zien en voorzag een aardige oude dame van een paar honderdduizend euro. De vrouw was blij, ze zou het geld verdelen onder haar kinderen en daarmee toch verdeeldheid zaaien, maar dat verzweeg Het Lot.

Vervolgens dacht Het Lot dat het tijd was om wat mensen te besmetten met een virus.

Ze liepen nog gewoon door de straten, ze wisten nog van niets, maar over een week zouden ze doodziek zijn.

Het Lot begreep dat ze op hem gingen jagen. Ze probeerden hem een hoek in te drijven door hem geen kans te geven.

Het Lot lachte erom.

“Mensen begrijpen niet dat mensen lief zijn en slecht, slim en eigenwijs, slordig en net. Een dokter zal een zieke helpen, dan besmet ik die dokter. Een moeder moet haar kind knuffelen, dan besmet ik dat kind. Ik slip overal tussendoor. Ik ben namelijk onzichtbaar.”

Is Het Lot Het Kwaad?

Net zo veel als het Het Goed is.

Waarom doet Het Lot dit?

Hij – misschien is het wel een zij, of een het, ik hou het even op hij – kan niet anders. Hij is Het Lot. De zak die hij over zijn schouder heeft hangen is gevuld met dood en leven, met ziekte en genezing, met geluk en ongeluk. Als Het Lot geen virus geeft, geeft hij een andere ernstige kwaal, of geneest hij een jong kind.

“Wat heb ik aan je, Lot?” ­vragen de mensen weleens.

“Niks,” antwoordt Het Lot.

Dat antwoord wil men niet horen. Maar men wil ook niet dat Het Lot verdwijnt.

Als Het Lot zou verdwijnen zou men ook De Hoop niet meer koesteren.

De Hoop is een onderhandelaar met Het Lot om de kansen te keren.

De Hoop heet soms God, soms verbergt hij zich in de stand van de sterren, in speelkaarten of in een glazen bol. Soms is De Hoop het enige wat mensen rest. Iedereen weet: je moet voorzichtig zijn met De Hoop, die mag je niet verliezen.”

Het moet de saaiheid van het verhaal en mijn stem zijn geweest plus het veel te in­gewikkelde woordgebruik waardoor hij in slaap was gevallen.

Zelf zat ik bang naast hem. Met een rothumeur.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden