Femke van der LaanBeeld Agata Nowicka

Het liefste zou ik me oprollen als een pissebed

PlusFemke van der Laan

Ik zit bij de kapper. Ze knipt mijn haar. Ik kijk naar haar handen. Ze trekt telkens een pluk strak tussen haar vingers, boven mijn hoofd, vlak voor haar gezicht, en zet de schaar erin. Daarna laat ze hem vallen en pakt een nieuwe pluk.

Het is druk in de kapperszaak. Alle stoelen zijn bezet. Ik zit op de laatste stoel, bij het raam. De kapper heeft net aan mij gevraagd hoe het met mij gaat. “En hoe gaat het met jou?”

Ik was het snelst geweest vandaag. Stelde de vraag als eerste. “Hoe is het?” Ze had verteld. Eerst was het goed, halverwege haar verhaal werd het iets minder goed. Er was thuis een vriend die haar niet begreep. En dan werd het weleens oorlog.

Ik keek naar haar via de spiegel. Ik stelde me haar voor met een helm op haar hoofd. Een soldatenhelm. Ik zag de takken die ze tussen de helm en de band eromheen had gestoken. Ze stond in haar schuttersputje en keek voorzichtig over de rand. Boos. Met haar tanden trok ze de pin uit een granaat en gooide hem naar het naburige schuttersputje. Waar haar vriend in zat. Die haar niet begreep.

Ik knikte terwijl ze vertelde. Om te laten zien dat ik haar wel begreep. Maar niet te hard, want ik wilde geen scheef haar.

Ik werd moe.

Ik word altijd moe bij de kapper.

Ik zeg tegen de kapper dat het goed met me gaat.

Eigenlijk wil ik haar zeggen dat ik aan pissebedden denk. Aan hoe ik als kind die beestjes een tikje gaf, als ik ze zag lopen in de tuin. Aan hoe ze zich dan oprolden, tot perfecte balletjes. Ik wil vertellen dat ik dan wachtte, tot ze weer pissebedvormig werden, om ze nog een keer een zetje te geven, terwijl ik eigenlijk wel wist dat dat dierenmishandeling was. Ik wil haar duidelijk maken dat ik me nu het liefste zou oprollen, als een ­pissebed, om in een hoekje van de zaak als een balletje te gaan liggen wachten tot het voorbij is.

Maar ik zeg dat het goed met me gaat.

De kapper ziet eruit als iemand die pissebedden vies vindt. Haar schuttersputje is vrij van ongedierte.

We zijn stil. Ik luister naar het gesprek dat naast ons gevoerd wordt. De vrouw in de stoel zegt dat haar accountant haar niet begrijpt. De kapperszaak is vol schuttersputjes. Ik vraag me even af wat erger is, een vriend of een accountant die je niet begrijpt. Misschien is het wel precies even erg.

Mijn kapper pakt de föhn. Ik kijk opzij, door het raam, naar de regen.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden