null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Het leven is zwaar, maar ik ben niet zo goed in huilen

PlusErik Jan Harmens

Het leven valt niet mee, gelukkig valt er nog genoeg te lachen. Ik ben er best goed in, hoef er niets voor te doen, de lach rolt zo naar buiten. Er bestaan foto’s van mij waarop ik mijn hoofd naar achteren houd en mijn mond wijd open, alsof ik de regen wil opvangen. Alsof ik een nootje de lucht in heb gegooid. Alsof ik een gans ben met een dikke lever, net voor de trechter zijn strot in wordt gedrukt. Hahahaha, doe ik, hahahaha.

Er bestaat een foto van mijn vader, ook zo met zijn hoofd naar achteren en zijn mond open. Dat was tijdens een vakantie in Luxemburg. We mochten met Ome Jaap mee die daar een huis had gehuurd. Als tegenprestatie moesten we bidden voor het eten en meezingen met hele christelijke liedjes. Ik herinner me de kraker ‘Weet je wel, weet je wel, je bent een tempel, je bent een tempel van de Heil’ge Geest’. Daarbij hield iedereen beide handen schuin boven het hoofd, om zo het dak van de tempel uit te beelden. Bij het zingen van de regel ‘vol van kracht, vol van liefde, vol van glorieeeeeee’ moest je achtereenvolgens een spierballengebaar maken, jezelf omhelzen en tot besluit beide armen ter hemel heffen. Ik zong hard mee, terwijl mijn vader vooral zijn hoofd naar achteren hield met zijn mond wijd open. Alsof hij bij de tandarts in de stoel lag.

Het leven kan zwaar zijn, maar ik ben niet zo goed in huilen. Als ik de huilbui voel opkomen, denk ik: hé, een huilbui. Daarna denk ik: is het gepast om nu te huilen? Daarna denk ik nog wat dingen meer, waardoor mijn gevoel vervaagt en mijn ogen weer droog worden.

Soms gebeurt er zoiets dramatisch in mijn leven dat het binnenin mij op tilt slaat. Dan schiet ik helemaal in de ratio. Een poos geleden belde iemand om te vertellen dat die en die zichzelf had opgehangen. Het was alsof iemand me een vuurtje gaf met een vlammenwerper, het was te veel. Met een stem als van een robot ging ik allemaal feitelijke vragen stellen. Waar heeft hij zichzelf aan opgehangen? Gebruikte hij een touw of een stropdas, of misschien een tiewrap? Raar woord eigenlijk: tiewrap. Tiewrap. Dat woord herhaalde ik dertig, veertig keer, tot ik opschrok: “Erik Jan, ben je er nog?” Ja, antwoordde ik naar waarheid, waarna ik probeerde een brok in mijn keel voor te wenden, want mijn gevoel stond nog altijd uitgeschakeld. Wat vreselijk, zei ik met geknepen stem, waarna ik snoof opdat het leek of ik huilde. “Als ik iets voor je kan doen kun je me dag en nacht bellen,” zei de ander. Een mooi aanbod, dus die avond zette ik de wekker op drie uur.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden