Plus Marcel Levi

Het lelijke imago van ouderdom houden we zelf in stand

Marcel Levi Beeld Artur Krynicki

Niemand wil op jonge leeftijd doodgaan maar ook wil bijna niemand oud zijn. Behalve dat ouderdom soms met ­lichamelijke gebreken komt, heeft ouderdom geen goede ­reputatie. Maar al te vaak wordt het geassocieerd met traagheid, vergeetachtigheid, verlies van uiterlijke schoonheid, en eenzaamheid, allemaal labels met een negatieve ondertoon. 

Een gat in de markt dus voor een commerciële miljardenindustrie, die tsunami’s van antirimpelcrèmes, geheugenspelletjes en pilletjes tegen de menopauze over ons uitstort.

Oud is fout. Oude gek, oude zeur, of ouwehoer zijn geen van allen complimenten. Waarom eigenlijk? Waarom vinden we zilver haar niet net zo mooi als blond haar? En wie heeft bepaald dat rimpels verkeerd zijn? Het lelijke imago van ouderdom houden we helemaal zelf in stand. 

Vergrijzing is inmiddels staatsvijand nummer één. Schrikbeelden van rollatorfiles en colonnes door de straten marcherende sterk verwarde bejaarden worden wekelijks op ons afgevuurd. Over luttele jaren zal een handjevol jonge werkende mensen zich moeten ontfermen over een onafzienbare massa aan grijze, door ouderdomsziekten geplaagde, en zorg-afhankelijke ouderen. Of toch niet?

In verschillende publicaties betogen Jeroen Spijker en John MacInnes van de Universiteit van Edinburgh dat deze voorspellingen misschien wel onbetrouwbaar zijn. Zij tonen aan dat onze huidige populatie ten opzichte van honderd jaar geleden weliswaar gemiddeld veel ouder is in geleefde jaren maar tegelijkertijd gemiddeld jonger is als gekeken wordt hoeveel jaren er nog te leven zijn. 

Daarnaast is de mens van de 21ste eeuw op elke leeftijd meestal gezonder en fitter dan zijn leeftijdsgenoot in de twintigste eeuw. Kwalen en afhankelijkheid van zorg zijn vooral een probleem in de laatste 10 tot 15 jaar van het leven. Interessant genoeg wordt de komende jaren de groep van mensen die aan de laatste 10 tot 15 jaar van hun leven bezig zijn ten opzichte van de groep die nog (veel) langer te leven hebben juist kleiner. 

De verhouding van zorgbehoevenden ten opzichte van werkenden blijft de komende periode nagenoeg gelijk. Dit plaatje is vrijwel identiek voor alle West-Europese landen waarbij Nederland er nog extra gunstig uitspringt door een relatief jonge bevolking en nog altijd toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen. Gebaseerd op het werk van Spijker en MacInnes kun je dus concluderen dat al dat pessimisme over de economische effecten van vergrijzing dus nogal overdreven is.

Je hoeft maar om je heen te kijken om de toenemende fitheid van ouderen te zien. Veel 65-plussers zijn nog aan het werk met allerlei bezigheden op sociaal of maatschappelijk gebied of doen vrijwilligersactiviteiten. 

En deze grote groep relatief fitte en actieve mensen met veel vrije tijd levert in toenemende mate een van de meest krachtige impulsen aan onze economie, door geld dat wordt uitgegeven aan kaart- en wandelclubs, dagtochtjes, reizen en andere activiteiten. Wellicht is het in plaats van vergrijzing beter te spreken over verzilvering van onze samenleving.

Reageren? m.levi@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden