Natascha van Weezel.Beeld Agata Nowicka

Het lapje stof voor mijn mond maakte me onverstaanbaar

PlusNatascha van Weezel

Ik klink nu vast als de eerste de beste kutmillennial en misschien ben ik dat ook wel, maar tijdens de lockdown heb ik de diensten van bepaalde contactberoepen behoorlijk gemist: de kapper, de manicure en de wax­salon. Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat er de laatste tijd een stuk belangrijker zaken speelden. Toch was ik blij toen ik op 11 mei weer afspraken kon maken met bedrijven die me (in mijn beleving) mooier zouden maken; ik voelde me inmiddels een soort holbewoner. Dat ik niet de enige was die zich zo voelde, bleek uit het feit dat ik meer dan twee weken moest wachten voordat ik daadwerkelijk bij de waxsalon terechtkon.

Zodra ik de salon betrad, moest ik mijn handen ontsmetten. Vervolgens haalde de schoonheidsspecialiste me op en vertelde ze dat ik naar een cabine mocht waar ik me volledig moest uitkleden. Ze verplichtte me om een mondkapje op te zetten. Het witte ding lag voor me klaar, naast een stressbal. Zelf droeg ze ook een mondkapje en handschoenen. Waxen heeft sowieso iets ongemakkelijks omdat het pijn doet en je poedelnaakt in een kleine ruimte bent met een vrouw die je niet kent. De mondkapjes maakten het allemaal nog wat vreemder.

We praatten over koetjes en kalfjes: het weer, de coronamaatregelen en het accent van de schoonheids­specialiste; ze kwam oorspronkelijk uit Polen. Ik vroeg wanneer en waarom ze naar Nederland was geëmigreerd. “Voor mijn vriend,” antwoordde ze. “Nederlandse mannen zijn zo fijn. Hiervoor had ik een vriend in Polen.” Plotseling klonk ze ernstig.

“Hij controleerde mijn telefoon voortdurend en zei dat ik geen make-up meer mocht dragen.” Met enorme snelheid trok ze een strook haar van mijn been. “Ik ben op een gegeven moment in het ziekenhuis beland met twee gebroken ribben en een miskraam. Ik was zwanger, maar hij wilde het kind niet en schopte tegen mijn buik totdat ik begon te bloeden.”

Ik wist niet goed wat ik moest zeggen. Deze vrouw zag er zo sterk uit, hoe had dit haar kunnen overkomen? Misschien durfde ze het me te vertellen omdat ik een vreemde was en de mondkapjes ons nóg anoniemer maakten. “Wat verschrikkelijk,” murmelde ik. Ze begon aan mijn bikinilijn. Ik ontsmette de stressbal met desinfectiegel en kneep er hard in. “Wat zeg je?” vroeg ze. “Dat ik het verschrikkelijk voor je vind,” herhaalde ik. Het lapje stof voor mijn mond zorgde ervoor dat ik nauwelijks verstaanbaar was. “Ik hoor niet wat je zegt, maar door dat malle ding lijk je wel een beetje op een vogelbekdier.” We keken elkaar aan en moesten allebei verschrikkelijk lachen.

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden