Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Het labyrint in Marioepol wordt een labyrint in mijn hoofd

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Zou het de leeftijd zijn?

Ik loop door de stad en ben op weg naar een boekhandel. Ik luister naar een podcast over de oorlog in Oekraïne.

Het is zo druk dat ik niet goed kan doorlopen. Ik ruik wiet, zie smakkende smoelen, een jongen verfrommelt een zakje tot een balletje, gooit het weg, schopt en mist. De kleverige prop blijft op de stoep liggen.

“Poetin zegt dat de strijd in Marioepol nu ten einde is. Hij neemt de staalfabriek waar nog een restje Oekraïense soldaten en bewoners zitten niet in, en…” Wat ik hoor, is gif in mijn hersens.

Geloof ik het nieuws? Geloof ik Poetin dat hij de soldaten met rust laat? Kan hij die staalfabriek domweg niet innemen? Er schijnt daar een onderaards gangenstelsel te zijn, een labyrint. Heeft dat labyrint alleen een ingang en geen geheime uitgang? Mijn eigen kop is een labyrint, het nieuws vind ik een labyrint, het drama van de oorlog in Oekraïne is een labyrint. Is er in het labyrint van de staalfabriek geen draad van Ariadne? De gevaarlijke Minotauros die in het labyrint woonde werd door Theseus verslagen en vervolgens vond hij door de wollen draad van Ariadne de uitgang. Is Poetin de Minotauros?

De drukte in de stad, vermengd met het nieuws, maakt mijn tocht bijna ondragelijk. Waarom loop ik tussen volgevreten decadente mieren? “Jongelui, het is oorlog!”

Ja, het is de leeftijd; zij hebben nog een leven vóór zich, terwijl ik de meeste gangen van het labyrint al verschillende keren heb doorlopen. Ieder wandelt in zijn eigen labyrint. Zonder het te merken ben ik misschien al in een ander onderaards gangenstelsel terechtgekomen. Misschien wel die uit het verhaal van Jorge Louis Borges: De bibliotheek van Babel. Borges beschrijft hoe het heelal uit een oneindige reeks bibliotheken bestaat, gebouwd als een labyrint. Of in het labyrint van Umberto Eco, zoals beschreven in De Naam van de Roos.

Tja, wat heb ik aan die gedachten? Ik wil vrede, omdat ik een derde wereldoorlog vrees. “Ach, joh, dat zal wel loslopen.” In het labyrint hoor ik de echo van mijn vader die ooit zei: ‘Zo zaten we bier te drinken, en opeens zaten we in een oorlog.’

Die mannen, vrouwen en kinderen in die staalfabriek zitten gevangen in een ondergrondse hel, gemaakt van staal. Vrijheid betekent de dood door een Russische kogel, gevangen blijven de dood door uithongering. De naam van de Minotauros is Wanhoop.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden