Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Het kussen van de klein­kinderen is een uitzicht op het paradijs

PlusTheodor Holman

Het kussen van de klein­kinderen is vooraf een uitzicht op het paradijs, tijdens de aanraking van de lippen met een wang het kortstondige besef van geluk en direct daarna gewoon, of er niets aan de hand is geweest.

“Alsjeblieft,” zeg ik.

“Ah, weer een boek,” zegt Koning.

“Ik heb ook een boek,” zegt Bloem.

Het kan aan mij liggen, maar hoor ik nou in beider stemmetjes een lichte teleurstelling?

“Ja lieverdjes, een boek is het mooiste wat er is toch?”

Beiden knikken.

Dan belt er een vriendje aan met de vraag of ze buiten komen spelen.

Hun moeder kijkt naar ons. We zijn expres voor de kleinkinders gekomen, maar tijd om er iets over te zeggen krijg ik niet.

“Mag Koos mee buitenspelen, opa?”

“Ja, maar hij mag de stoep niet af. En goed vast blijven houden.”

Ze rennen de deur uit. Ik heb ze twee minuten gezien. Zo hoort het misschien ook; de vanzelfsprekendheid dat opa en oma er zijn heeft ook wel iets vredigs.

Er komt koffie. Wij hebben zoetigheid meegenomen, maar niemand neemt.

“Waarom neem jij niet, pap?”

“Ik kom weer aan terwijl ik aan het afvallen ben. Waarom neem jij niet?”

“Ik heb vanmorgen al taart gehad. Hoe gaat het trouwens met je?”

“Goed hoor, ik was vanmorgen bij de dokter en moet naar de kno-arts omdat ik dus, net als mijn vader, totaal doof aan één oor ben, en morgen moet ik naar de tandarts, want ik krijg drie implantaten, dat kost bijna twee mille per stuk, en mijn bloeddruk is te hoog, en terwijl ik bij dokter zat, kreeg ik zomaar, spontaan, een migraineaanval die ik nu onderdruk met paracetamol, want daarvan heb ik zoveel in huis…”

Mijn dochter knikt en zegt: “Ook patiënten zouden een geheimhoudingsplicht moeten hebben om over kwalen te praten.”

Ik eet toch maar een taartje op.

Opeens komen de kinderen weer binnen. In hun kielzog vier andere prepubers. Een onbekend gozertje ontdekt een bal en geeft daar een trap tegen. De bal vliegt net naast mijn migraine. Koos is door het dolle en heeft de kat weer in het oog gekregen. Buiten begint het onweer met migraineflitsen en stortbuien. Mijn dochter heeft een belangrijk telefoontje en oma maakt iets schoon.

Ik wil naar huis waar de nieuwe cd van Bob Dylan op me wacht.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden