Het komt niet alleen voor binnen de turn- of sportwereld, vrees ik

PlusNatascha van Weezel

De Nederlandse turnwereld ligt onder vuur. Eerst gaf coach Beltman toe dat hij jonge turnsters tijdens trainingen heeft mishandeld en vernederd. Nu komen er ook aantijgingen tegen bondstrainer Wevers.

Oud-turnster Joy Goedkoop vertelde in Studio Sport duidelijk geëmotioneerd dat ze door hem geslagen, geschopt en gekleineerd werd. Een andere oud-turnster, die anoniem wil blijven, verklaarde tegenover de NOS dat ze een eetstoornis overhield aan de keiharde aanpak van de trainer.

Als de beschuldigingen aan het adres van Wevers inderdaad kloppen – er komt nog een onafhankelijk onderzoek van turnbond KNGU – is het ongelooflijk belangrijk dat deze vrouwen nu hun mond opentrekken.

Zelf ontkende Wevers dat hij fysiek geweld heeft gebruikt, maar hij trok wel het boetekleed aan voor de ‘harde cultuur’ die hij in het begin van zijn loopbaan uitdroeg. Eerlijk gezegd vrees ik dat een dergelijke cultuur lang niet alleen voorkomt binnen de turn- of sportwereld.

Op mijn vierde begon ik met ballet. Aan de eerste jaren heb ik geen negatieve herinneringen, die kwamen pas rond mijn negende. Mijn balletjuf vond me namelijk te dik. Ik auditeerde voor een rol in een musical en werd recht in mijn gezicht uitgelachen: “Je ziet er niet uit in je balletpak met die dikke buik van je.”

Omdat ik nogal ambitieus was, nam ik haar woorden ter harte. Voortaan knabbelde ik op een worteltje als mijn vriendinnetjes ijs of chocola aten. Niet veel later hing ik mijn roze tutu definitief aan de wilgen.

Jaren later studeerde ik aan de filmacademie. Daar draaide het gelukkig niet om looks. Toch liepen ook hier docenten rond die je met het grootste plezier omlaaghaalden. Ik herinner me nog goed hoe een docent in het eerste jaar tegen me schreeuwde dat ik niets voorstelde met mijn ‘stomme scenariootjes’. Een andere docent, die wél wat in me zag, legde uit dat sommige van zijn collega’s heilig geloofden in het ‘afbreken’ van studenten om hen hard te maken voor de toekomst.

Hierdoor ontstond er veel onnodige competitie tussen de studenten onderling. We wilden allemaal opvallen en uitblinken, desnoods ten koste van een van onze klasgenoten. Van mijn vrienden op het conservatorium hoorde ik hetzelfde. Ze kregen net als wij een zogenaamde ‘winnaarsmentaliteit’ aangeleerd, ‘want in de beroepspraktijk is er alleen plek voor de allerbesten’.

Natuurlijk kan ik mijn eigen situatie niet vergelijken met de fysieke mishandeling van turnsters. Alleen weet ik wél hoe onzeker je wordt wanneer anderen je kleineren.

Ja, er heerst veel concurrentie binnen de kunsten en de topsport. En misschien ga je in eerste instantie inderdaad harder lopen (letterlijk of figuurlijk) wanneer je constant hoort dat je niet goed genoeg bent.

Maar op de langere termijn kan die winnaarsmentaliteit ervoor zorgen dat kinderen met grote dromen voor het leven getekend zijn.

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden