Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Het kindeke was gestolen

Plus Theodor Holman

December 1964. Ik kan het verhaal nu wel vertellen. Mevrouw A – net moeder geworden – legde haar kind te vondeling.

Het stierf. Mijn moeder was daarover geschokt. Zij kende mevrouw A enigszins. De zuster van mevrouw A was in het jappenkamp overleden en mijn moeder had haar daar afgelegd. Moeder besloot mevrouw A op te zoeken, die in Paviljoen 3 was opgenomen. Maar toen moeder daar aankwam, was mevrouw A er niet. Ze was gevlucht…

Ontsteld toog mijn moeder huiswaarts, angstig dat mevrouw A zichzelf iets zou aandoen.

Om de een of andere reden was men erachter gekomen dat mevrouw A en mijn moeder elkaar kenden, en daar kom ik in dit kerstverhaal, onkundig van het voorafgaande. Ik lag met de hond naast de kerstboom naar de brandende kaarsjes te kijken, toen de deurbel ging. Ik deed open, zag iemand die naar me lachte maar me onmiddellijk vrees inboezemde en ik rende naar mijn moeder die in de keuken was en zei: “Een enge man! Een enge man!” Mijn moeder liep naar de deur en begroette een zorgelijk kijkende pastoor. Die vertelde haar dat mevrouw A in de kerk was gesignaleerd en de gipsen Here Jezus uit de kribbe had gepakt en daarmee de kerk was uitgelopen.

Ofschoon ik niet geacht werd één en ander te horen, snapte ik wel dat er iets gebeurd was dat zo erg was dat ik erover moest zwijgen. De Here Jezus was gestolen! Het kindeke! Ik hoorde mijn moeder zeggen: “We kunnen wel naar haar huis gaan.”

Jaren later hoorde ik van mijn moeder hoe dit verhaal afliep.

De pastoor en mijn moeder gingen naar het huis van mevrouw A en vonden het gipsen kindeke kapot gegooid voor de deur.

Mijn moeder: “Ze deed ons open en ze zat voor de pick-up en draaide de LP Kerstmis bij Willeke en Willy Alberti. We mochten niks zeggen, we moesten naar de liedjes luisteren.”

Mijn moeder pakte een tas met schone kleren, de pastoor zette koffie en een uur later brachten ze mevrouw A via het Vondelpark naar Paviljoen 3 terug.

“Gaan we naar Edo?” had ze aan de pastoor gevraagd.

“Edo is bij God en het gaat heel goed met hem.”

Mijn moeder heeft mevrouw A nooit meer gezien.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden