Plus Column

Het kan zomaar afgelopen zijn

Natascha van Weezel Beeld Agatha Nowicka

In onze studententijd gingen mijn beste vriendin Eva en ik elk weekend uit. We dronken Malibu-cola en ­kenden alle clubs en feestjes die Amsterdam rijk was. Vaak vertrokken we pas om een uur of negen 's ochtends richting huis, ná de afterparty van de afterparty.

Tegenwoordig is afspreken niet meer zo eenvoudig. We zijn altijd druk met werk of andere verplichtingen en bovendien heeft mijn beste vriendin een kindje. Zo kwam het dat we pas afgelopen zaterdag Eva's ­verjaardag vierden; Eva is jarig in juni.

We besloten naar Neni te gaan, een nieuw mediterraan restaurant in de oude Citroëngarage. Dat ging ­echter niet zomaar: de wachttijd voor een reservering bedroeg vier weken.

Bij de ingang hing een neonverlicht bord met de tekst: 'Life is beautiful.' Het ­concept van citroenen bleek tot in het kleinste detail uitgedacht. De muren waren geel geverfd, tussen de ­tafeltjes in stonden echte citroenbomen en zelfs in de zeep op het toilet was citroengras verwerkt. Het was ongetwijfeld hipper dan hip, maar de sfeer voelde wat pretentieus.

Neni bleek de zoveelste 'shared dining'-plek in de stad te zijn - ooit heel vernieuwend, maar tegenwoordig wat afgezaagd.

De gerechtjes smaakten vlak en we voelden ons een beetje oud naast alle jonge influencers, die naarstig hun borden aan het fotograferen waren.

Al kon het vermeende leeftijdsverschil ook komen door de ­hoeveelheid botox die een groot deel van de clientèle overduidelijk in het gezicht had laten spuiten.

Eva en ik spraken over de Provinciale Statenverkiezingen, de boreale wereld van Baudet, stijgende huurprijzen en het kinderdagverblijf.

Aan het tafeltje naast ons zag ik opeens een vrouw naar lucht happen. Ze trok wit weg, rolde met haar ogen en stortte neer op de grond. Ik sloeg mijn handen voor mijn mond en bleef als een angstig haasje naar het tafereel staren.

Gelukkig stonden andere restaurantbezoekers in een mum van tijd om de vrouw heen. Er werden natte theedoeken ­gehaald en een dokter plaatste een kussen onder haar hoofd. Ze werd met gillende sirenes afgevoerd naar het ziekenhuis.

Ik wierp een blik op mijn horloge: 21.15 uur. Het liefst wilde ik zo snel mogelijk naar huis. Eva en ik keken ­elkaar beduusd aan.

Zonder een woord te wisselen ­wisten we dat we allebei hetzelfde dachten: het kan ­zomaar afgelopen zijn. De kelner vroeg of we wat wilden drinken om bij te komen van de schrik.

"Doe maar een shotje," zei Eva zonder te aarzelen. Even later proostten we met onze glaasjes citroenlikeur. "L'chaim," fluisterden we, "op het leven."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden