Opinie

‘Het kan: tot tien tellen voor je de dokter belt’

Corona heeft laten zien dat patiënten minder snel voor kleinigheden naar hun huisarts gaan. Radioloog Erik-Jan Haanraadts pleit voor een eigen bijdrage bij een doktersbezoek.

Het OLVG in coronatijd. De poliklinieken waren nauwelijks geopend.Beeld Jakob Van Vliet

Covid-19 is in de gezondheidszorg een katalysator geweest voor een aantal positieve veranderingen. De flexibiliteit van de ziekenhuisorganisatie bleek groter dan menigeen had gedacht en de versnelde opmars van de digitalisatie is bijvoorbeeld een zegen. Ook werd het verschil tussen meer en minder essentiële zorg duidelijk zichtbaar.

De afgelopen maanden hebben we te maken gehad met een niet eerder vertoonde capaciteitsbeperking aan de voorkant van de zorg. Huisartspraktijken waren slechts zeer beperkt toegankelijk, poliklinieken in ziekenhuizen waren nauwelijks geopend en de spoedeisende hulp was in de ogen van patiënten een soort no-goarea. Voor het eerst was er een barrière om naar de dokter te gaan.

Het vormt een schril contrast met de normale situatie waarbij in de perceptie van de patiënt het begin van de zorgketen, het bezoek aan de huisarts, barrièreloos en gratis is. Wanneer er geen belemmeringen zijn, komen mensen voor bijna alles naar de dokter. We wisten het eigenlijk allang, maar het is nu bevestigd: heel veel dingen gaan vanzelf over. Laten we deze ervaring gebruiken.

Pijntje hier, pijntje daar

De radiologengroep van het OLVG voert jaarlijks ongeveer 50.000 onderzoeken uit op aanvraag van huisartsen. De radiologie is daarmee in het ziekenhuis het specialisme dat door huisartsen het meest wordt geconsulteerd. Een zeer groot deel van deze enorme groep heeft een hoog PHPD-gehalte (Pijntje Hier, Pijntje Daar). Juist deze groep hebben we de afgelopen drie maanden nauwelijks gezien. Dat resulteerde in bepaalde weken in een daling van het aantal onderzoeken van meer dan 60 procent.

Inmiddels draait de radiologie weer op volle toeren, maar het is niet zo dat er sprake is van een tsunami aan uitgestelde onderzoeken. Integendeel: een groot deel van de klachten blijkt verdampt. De conclusie die we kunnen en moeten trekken is dat ook in het post-covidtijdperk aan de voorkant van de zorg een barrière ingebouwd moet worden.

Een verwijzing naar het ziekenhuis is vaak het begin van een cascade aan onderzoeken met allerlei nevenbevindingen die weer extra onderzoeken met zich meebrengen. Vaak is uiteindelijk de conclusie dat er toch niks aan de hand is. Dat is niet de schuld van de dokters, maar van ons, als maatschappij. Onder het mom van ‘kwaliteit’ worden ziekenhuizen verplicht een ontelbaar aantal ‘indicatoren’ bij te houden, accreditaties en keurmerken te verwerven, strikt protocollair te handelen en ga zo maar door.

Er is een ‘accreditatie-industrie’ ontstaan waar gigantische bedragen in omgaan en die ook in ziekenhuizen veel mensen afhoudt van hun eigenlijke zorgtaken. Per saldo is de kwaliteit van zorg hier niet of nauwelijks beter van geworden. Doe je echter niet mee aan dit circus, dan eindig je laag in de lijstjes van ‘Beste Ziekenhuizen’, krijg je geen contract met de zorgverzekeraar en wanneer er iets misgaat schieten de letselschadeadvocaten en de (sociale) media uit de startblokken om het betreffende ziekenhuis of de dokter aan de schandpaal te nagelen.

Elektrische auto’s

De maatschappij dwingt tot defensieve geneeskunde, waarbij vertrouwen in de dokter is vervangen door wantrouwen en men zich permanent aan het indekken is. Verwijzingen naar het ziekenhuis moeten dan ook zoveel mogelijk beperkt worden. De patiënt die niet naar de huisarts komt, zal ook niet doorverwezen worden. Daar ligt een belangrijke sleutel voor kostenbeheersing in de zorg.

Iedereen weet dat één barrière met kop en schouders boven alle andere uitsteekt, en dat is een financiële. Op het moment dat elektrisch autorijden fiscaal aantrekkelijk is, schieten de verkoopcijfers van elektrische auto’s omhoog. Wordt het iets minder aantrekkelijk, dan dalen ze weer net zo hard. Zo werkt het ook in de zorg.

Op het moment dat een bescheiden eigen risico wordt ingevoerd voor een bezoek aan de huisarts, bijvoorbeeld gelijk aan de kosten van een pakje sigaretten, zal de instroom direct afnemen. Wanneer iemand echt iets heeft, zal dit naar mijn stellige overtuiging geen belemmering vormen om naar de huisarts te gaan. De eerder genoemde grote groep met PDHD-klachten zal echter even tot tien tellen, en dat is precies de bedoeling. We moeten af van het idee dat huisartsenzorg gratis is, dat is het namelijk allesbehalve.

Wanneer de kosten niet mogen stijgen, dan moet de aanspraak op zorg teruggedrongen worden. We weten nu dat dat kan. Laten we dan ook doorpakken.

Probleem is natuurlijk dat de verkiezingen eraan komen, en met het voorstel om een eigen bijdrage voor de huisarts in te voeren ga je geen stemmen winnen. Het zou de politiek sieren wanneer wat dit betreft verantwoordelijkheid wordt genomen, men de rijen sluit en Kamerbreed wordt erkend dat, wanneer we een faillissement van onze gezondheidszorg willen voorkomen, pijnlijke maatregelen onvermijdelijk zijn. Doen we dat niet, dan wordt ons zorgstelsel onbetaalbaar en zullen de consequenties veel vervelender zijn.

Erik-Jan Haanraadts, radioloog bij Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Hij schrijft dit op persoonlijke titel.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden