Natascha van Weezel. Beeld Agata Nowicka

Het Israëlische ministerie van BuZa nodigde mij uit

Plus Natascha van Weezel

Ik sta voor de Heilig Grafkerk in Jeruzalem. De regen komt met bakken uit de hemel vallen, met een kracht waardoor het haast op de Zondvloed lijkt. Toch ga ik niet naar binnen. Afgelopen zomer was ik hier met mijn (inmiddels) ex-vriend. Hij wilde elk detail van de kerk bekijken. Het interieur ken ik dus al. Bovendien heb ik geen zin in herinneringen.

Een paar weken geleden werd ik door het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd om mee te gaan op een reis voor ‘progressive influencers’. In eerste instantie weigerde ik: “Ik ben geen influencer à la Kim Kardashian,” zei ik. Daarnaast vond ik het nogal dubieus om me te laten inviteren door een ministerie. Ze zouden me vast proberen te brainwashen.

De term ‘progressive influencers’ moest ik niet te letterlijk nemen, zei een man van de ambassade. Het ging om een groepsreis voor progressieve journalisten van over de hele wereld. Eigenlijk vond ik dat ik wel een reisje had verdiend na een zwaar jaar. En niet minder belangrijk: zon op mijn hoofd.

Eén van mijn groepsgenoten komt naar me toe. We hebben nog niet eerder gesproken. Hij stelt zich voor als Alexandre uit Parijs. Al snel blijkt dat hij op de Rue Tardieu woont, stomtoevallig dezelfde straat in Montmartre waar ík tien jaar geleden tijdelijk woonde.

Wat volgt is een programma met een regime dat niet onderdoet voor een bootcamp: elke dag minstens vijf werkbezoeken. Van een school voor illegale migranten tot een bedoeïenendorp midden in de Negev-woestijn. En van het exportcentrum aan de grens met Gaza tot een start-up waar orthodox-joodse meisjes leren hoe ze hacker kunnen worden.

Alexandre en ik blijven elkaar de hele week opzoeken: ook hij verloor zijn vader, die net als de mijne een bekende journalist was. Ook hij twijfelde of hij de aangeboden reis moest maken. En ook hij vindt het jammer dat we niet naar de West Bank gaan.

Tijdens de lange busreizen praten we urenlang. We drinken gratis champagne in ons hippe hotel in Tel Aviv en lachen om de receptioniste: “I’ve heard you are influencers, tell your followers about the free champagne and please tag us on Facebook.” Alexandre kijkt mee over mijn schouder als ik in het Holocaustmuseum op Tinder zit, omdat ik mezelf geen houding weet te geven. Hij troost me wanneer ik over het strand wandel en huil omdat ik mijn vader mis.

Ik ben niet gebrainswasht. Zon op mijn hoofd heb ik helaas ook niet gevoeld. Maar ik heb wél een nieuwe vriendschap gesloten. Juist op het moment dat ik dat het allerminst verwachtte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden