Beeld Artur Krynicki

Het is wel erg makkelijk om af te geven op studenten

PlusNatascha van Weezel

Op een terras in De Pijp zitten twee meisjes van een jaar of twintig. “Het slaat echt nergens op dat de toko eerder dicht moet,” zegt het ene tegen het andere. “Nou ja, dan feesten we vanaf 01.00 uur toch gewoon verder in ons dispuutshuis?” antwoordt haar vriendin. Haar stem is schor en als ze praat klinkt duidelijk een ‘Gooise r’. “Ja duh, wij worden toch niet ziek, so who cares? Die kutregels zijn echt niet nice,” concludeert meisje nummer 1.

Dit is de zoveelste keer dat ik studenten hoor die de coronamaatregelen aan hun laars lappen. En dat terwijl de meest recente coronacijfers zonneklaar zijn: 7 procent van de geteste twintigers blijkt besmet (het landelijk gemiddelde is 3,9 procent). Deze meisjes mogen dan wel denken dat ze onaantastbaar zijn, het is ronduit asociaal om geen rekening te houden met ouderen en zwakkeren.

Een derde vriendin sluit zich aan bij de jonge vrouwen op het terras. Ze knuffelen elkaar uitgebreid en maken een selfie. Die stomme chicks zijn werkelijk alleen met zichzelf bezig.

Ik sta op het punt om ze aan te spreken, maar opeens vraag ik me af wanneer ik zo’n oude trut ben geworden. Ja, deze studentes vertonen onverantwoordelijk gedrag. Alleen: wie ben ik als vierendertigjarige om met mijn vingertje te wijzen? Straks ga ik nog roepen dat ‘vroeger alles beter was’. Of dat we ‘ons in mijn tijd wél gedroegen’. Toen ik tien jaar geleden studeerde, heerste uiteraard geen pandemie. Toch deed ik in die tijd ook alles wat God verbood.

Ik herinner me nog levendig hoe de laatste weken van de middelbare school en de eerste weken van mijn studentenleven voelden. Met de zesde klas feestten we tijdens onze eindexamenreis in Turkije. En bij de intreeweek van de Universiteit van Amsterdam hoefde ik aan niemand verantwoording af te leggen als ik mijn bed pas inrolde zodra de vogels begonnen te fluiten. Voor het eerst proefde ik de vrijheid.

De huidige eerstejaarsstudenten hebben dit allemaal gemist. Bovendien worden steeds meer jongeren eenzaam en depressief doordat ze dankzij de onlinecolleges nauwelijks leeftijdsgenoten tegenkomen. Ze lopen studievertraging op, moeten meer gaan lenen (waardoor hun studieschuld uiteindelijk hoger uitvalt) en komen nauwelijks aan een stage. Niet bepaald ‘de tijd van je leven’, zoals hen ongetwijfeld jarenlang is voorgehouden.

Het is wel erg makkelijk om af te geven op studenten. Waarom kijken ‘wij oudjes’ niet vaker naar hoe wij ons gedroegen tijdens onze studietijd? Was het niet heerlijk om jezelf onsterfelijk te kunnen wanen?

Dat was het zeker, maar tegenwoordig leven we in een andere realiteit. Studenten die de coronamaatregen negeren, hoe ‘niet nice’ die ook zijn, kunnen het virus alsnog overdragen en zorgen zo ongewild voor onheil. Het leven is hard: helaas is ­níémand onsterfelijk.

Natascha van Weezel (34) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden