null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Het is ruim anderhalve maand geleden dat mijn vader overleed

PlusColumn Maarten Moll

Maarten Moll

Het is ruim anderhalve maand geleden dat mijn vader overleed.

Ik bel mijn moeder.

“Dag zoon.”

“Hoe gaat het nu?”

“Ja, het gaat goed, ik heb het eten op tafel staan.”

Ze klinkt een beetje kortaf, alsof ze meer zin heeft in het eten dan in een gesprek met haar zoon.

“Maar hoe gaat het met je?”

“Ja, goed hoor.”

“Heb je genoeg aanloop?”

“Morgen komt Henk kijken naar de postzegels van je vader.”

Ik weet niet wie Henk is, en ik weet ook niet waarom ze nu ineens van die postzegels af wil. Mij heeft ze er niet naar gevraagd. Straks blijkt dat er heel waardevolle zegels de deur uit zijn gevlogen. Maar voor ik ernaar kan vragen, is ze alweer verder getetterd.

“En dinsdag komt de hulp, en woensdag ga ik met Joke naar de Verse Kers en... wat? De Verse Kers is een landwinkel in Wehl, echt een leuke winkel met allemaal lekkere dingen, daar ga ik dan cadeautjes kopen voor kerst, en dan komt Lien op donderdag, en zo kom ik de week wel door.”

De afgelopen weken kreeg ik elk weekeinde een foto doorgestuurd van mijn moeder, vrolijk achter een kop koffie en een gebakje, telkens in een andere gelegenheid. Bij Smoks Hanne in Zelhem en De Gouden Karper in Hummelo. Ze sloeg geen aanbod af om ergens mee naar toe genomen te worden.

Ook nu klinkt ze opgewekt.

“Heb je nagedacht over de cactussen?”

De cactussen.

In de vensterbank aan de voorzijde van het huis staan een aantal cactussen. Mijn vader heeft ze opgekweekt. Het zijn ontzettend lelijke cactussen en ze staan er al minstens twintig jaar.

Ook die wil mijn moeder kwijt, en ze heeft er al een paar appjes tegenaan gegooid om erachter te komen of er iemand belangstelling voor heeft.

Weer die haast om schoon schip te maken.

“Wel snel zeggen hoor, anders doe ik ze weg.”

Ze is al aan een ander verhaal begonnen, maar ik denk toch ook onder die woorden treurnis te bespeuren die ze niet zo een-twee-drie wil delen.

Ze praat het verdriet een beetje weg. Ik weet dat ze het stil vindt in huis. Dat ze al een paar keer heeft gedacht dat mijn vader zo de trap af zou komen.

Ik denk dat zij denkt dat ze ons lastig valt met haar verdriet. Zo is ze altijd geweest, geen last zijn voor een ander. Ik vind dat moeilijk, maar ik kan haar niet bevelen haar hart uit te storten.

“Maar ik maak er nu een einde aan,” zegt mijn moeder.

Ik schrik op uit mijn gemijmer.

Ze bedoelt het gesprek.

“Anders wordt mijn eten koud.”

“Wat staat er op het menu?” weet ik nog te vragen.

“Een hamlap, witte bonen in tomatensaus en opgebakken aardappelen. Met een glaasje wijn. En roomyoghurt toe. Ja, je moeder zorgt goed voor zichzelf. Dag hoor!”

Ik kan niet eens meer dag terugzeggen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden