Plus Column

Het is ons museum, zei juf Tries

Massih Hutak Beeld Robin de Puy

Terwijl toeristen deze week hun, ­hopelijk laatste, selfies maakten bij de I amsterdamletters en er een ­mini magere brug werd gebouwd op de vijver ter voorbereiding van de kerstmarkt, ontstond er tegelijkertijd een mooi verbond tussen de Reuzen van het Museumplein.

Collega's van het Stedelijk, het Rijks en het Van Gogh organiseerden met hun afdelingen educatie studiedagen voor docenten van het basis- en voortgezet onderwijs met als doel: leraren inspireren om aan de hand van de Hollandse Meesters Rembrandt, Mondriaan en Van Gogh leerlingen kennis te laten maken met kunst en geschiedenis.

Aangezien ik eerder in deze krant een brief schreef aan Van Gogh, was mij gevraagd om tijdens die ­dagen iets over hem te vertellen.

Terwijl de docenten binnendruppelden in het Rijksmuseum speelde Paolo Gorini verwelkomende pianomuziek, waarvan Shazam mij leerde dat het Gymnopédie van Erik Satie was.

Ik zat geduldig op mijn publiek te wachten en had een flashback naar de tijd dat ik als docent 's ochtends mijn kinderen opwachtte. Nu ging ik als leerling vertellen aan leraren over mijn persoonlijke Hollandse Meesters. Wat een leven.

Natuurlijk zei ik meteen in de inleiding dat mijn persoonlijke Hollandse Meester een juf is. Mijn basis­schooljuf Tries, die onze groep 8 begin 2000 introduceerde aan het Museumplein en alles wat er binnen die intimiderende gebouwen schuilging. En dat dat allemaal ook van ons was.

Stond ik dan met mijn walkman Jenny from the Block te neuriën terwijl ik keek naar schilderijen van Karel Appel waarin ik maar geen cobra herkende.

Mondriaan schilderde een televisiescherm met storing en Rembrandt gebruikte als enige zijn voornaam, dus ik ging voor Van Gogh. Vooral omdat hij, net als mijn andere grote held Tupac, pas echt wereldwijd doorbrak na z'n dood. Ik heb een onvoorwaardelijke liefde voor tragische mannen.

Naast juf Tries had ik ook het geluk dat ik op mijn middelbare school bevlogen docenten had die literatuur, geschiedenis en kunst doceerden op zo'n besmettelijk gepassioneerde manier dat ik ze voor de rest van mijn leven bij me zou dragen.

Meneer Viergever, meneer Leurs en meneer Van Wechem zijn evengoed mijn Hollandse Meesters.

Net als de man die verantwoordelijk is voor de ­architectuur van de buurt waarin ik opgroeide, Frans van Gool. En de man die met zijn snackbar het kloppende hart van diezelfde buurt is, Uzi. En natuurlijk zijn mijn allergrootste Hollandse Meesters mijn vader en broers.

Al die namen en personen schoten voorbij in mijn gedachten terwijl ik keek naar een dans van Tyrone Menig en een presentatie van Krijn de Koning.

Toen ik het Rijksmuseum weer uit liep en de accordeonist op straat Despacito hoorde spelen, vroeg ik me af waarom er niet eerder een tentoonstelling is geweest over Clarence Seedorf. Over Hollandse Meesters gesproken.

Geheel in het cliché van voetballiefhebberij zetten we zijn bewegingen in slow motion met daaronder klassieke muziek van Erik Satie en laten we Tyrone Menig een choreografie bedenken die ergens tussen voetbalopstellingen, moderne dans en kungfu in zit.

Museumdirecteuren, praat met me.

Rapper en schrijver Massih Hutak (26) schrijft elk weekend een column voor Het Parool. Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden