Femke van der Laan. Beeld Agata Nowicka

Het is maar goed dat ik geen postbode ben

Plus Femke van der Laan

Er staat een pakje op de brievenbussen. Beneden in het halletje. Ik verwacht niets, maar toch kijk ik voor ik naar buiten loop even voor wie het is. Voor welke verdieping. Je weet maar nooit.

Er staat een drie. Driehoog. Dat zijn wij.

Daarna zie ik de rest van het adres. Dat zijn wij niet. Het pakketje is niet voor hier. De straatnaam klopt niet: het had twee straten verderop bezorgd moeten worden. De postbode heeft zich vergist. Ik kijk weer naar het huisnummer dat hetzelfde is als het mijne. Nu moet jij ervoor zorgen, zeggen de cijfers.

Ik probeer er even over te zuchten. Een zucht van irritatie. Of vermoeidheid. Omdat ik nu ook nog een pakketje moet bezorgen. Er komt geen zucht. Ik vind het ­eigenlijk wel prima.

Met het pakketje in mijn hand stap ik naar buiten. Ik loop tussen de auto’s door naar de overkant van de straat en sla de hoek om, op weg naar hetzelfde huisnummer in een andere straat.

Onderweg schud ik even met het pakje. Er verschuift iets. Ik kijk naar de afzender, maar de bedrijfsnaam zegt me niets. Er kan van alles in zitten. Het is maar goed dat ik geen postbode ben. Ik zou alle pakketjes even bij mijn oor houden. En bedrijfsnamen opzoeken. De ­ansichtkaarten lezen. Enveloppen tegen het licht houden. Alle post kwam te laat, maar ik zou alles weten.

In de andere straat ziet het huis met hetzelfde huisnummer er ­anders uit. Eerst een trap, dan pas de voordeur. Ik bel aan. Ik hoor meteen gerommel aan de andere kant van de deur.

Niet veel later verschijnt er een vrouw, iets ­ouder dan ik, maar precies even lang. Ze draagt knalgroene sokken. Even vraag ik me af of er sokken in de doos zitten. Of zij zo iemand is die gekleurde sokken spaart. Dan voel ik het gewicht van het pakje. Te zwaar. Ik steek het naar haar uit. “Deze was verkeerd bezorgd. Bij mij. Ik woon hierachter.”

Ik duw de doos in de richting waar ik woon. “We hebben hetzelfde huisnummer.”

De vrouw neemt de doos aan. Bedankt me.

Dan is het stil. We zijn wel klaar. Dit is wat postbodes doen. Pakketjes bezorgen. En dan weggaan.

“Dag,” zeg ik.

Ik draai me om en zet mijn voet op de eerste trede.

“Het zijn deurknopjes. Voor op de kasten. Van die Delfts blauwe.”

Ik draai me weer om. De vrouw strijkt even met haar hand over de doos.

“Mooi.”

“Ja. Dus dankjewel.”

“Graag gedaan.”

Ik loop de trap af. Aan het einde van de straat kom ik de postbode tegen. Zijn leesbril bungelt aan een koordje. 

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden