Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Het is lastig, schipperen tussen introvertie en extravertie

PlusRoos Schlikker

‘Hé! Hallo! Nog iets beleefd onlangs? Heb je zin in de vakantie?’ (kan in verteltrant: “Ik heb zin in vakantie!!”)

‘Heb je Koot en Bie gezien?’

‘Ik hoorde laatst iemand op straat die… (Invullen naar eigen inzicht).’

Daar stond ik. Zeventien, schaapshaar met overvloedig mousse rond mijn hoofd geboetseerd, krampachtig een kroegbabbeltje te maken. In mijn dagboek had ik een gespreksprotocol opgesteld. ‘Ik ben geen grote prater en merk dat ik geen gesprek gaande kan houden. Ik weet niet waar het aan ligt. Bescheidenheid, onzekerheid, angst, gebrek aan fantasie. Of misschien ben ik gewoon een oersaai persoon.’

Dat laatste was mijn basisovertuiging. Ik zat opgesloten achter tralies van gêne, het idee te veel te zijn en te weinig voor te stellen. Dus maakte ik lijsten met zinnetjes die ik door conversaties moest vlechten. Alles liever dan richting neusbrug van gesprekspartners staren, wanhopig zoekend naar tekst.

Hielp het? Geen idee. Onzekerheden vergeet je als ze geen rol meer spelen. Tegenwoordig praat ik makkelijk. Mits in een stemming van héhoi, vertel me jouw verhaal, dan deel ik stukjes van mij. Maar mededelen is niet altijd makkelijk.

Omdat extravertie luid roept, vergeet de wereld haar introverte kanten. Ik althans wel die van mij. Pas toen ik ontdekte wat ambiverten waren, de eenbeetjevanditeneenbeetjevandatters, én-én-figuren in plaats van of-of, snapte ik mijn persoonlijkheid.

Toch geef ik mezelf op mijn donder als ik weer in de verlegenheidsval trap. Ik zie op een feestje iemand die ik enigszins ken, maar uit angst dat ik diegene onbekend voorkom, blijf ik semi-onverschillig een vlieg op een raampost determineren en bied ik mijn cold shoulder aan. Zo tuimel ik omlaag. Want de eerstvolgende keer is het idioot te hé-hoi’en, highfiven of samen de horlepiep te dansen. Dus blijf ik doen of ik gek ben, arrogant, seniel desnoods.

Onlangs vroeg een verre collega me plompverloren: “Heb jij een hekel aan mij?” Integendeel, maar ik was op een introverte dag niet tot keuvelarij in staat. Daarna leek normaal sociaal gedrag onmogelijk.

Het is lastig, rommelen tussen twee polen. Bram Vermeulen zong al: ‘Als ik tenslotte ‘Is die kruk vrij?’/ Durf te vragen in ’t café / Dan is het antwoord dat ik krijg / Het antwoord dat ik had verwacht / Natuurlijk: nee / Verlegen, verlegen / En als ik praat / Dan praat ik te veel / En als ik lach / Dan lach ik te hard / Verlegen, verlegen...’

En nu is het 2020. Een tijd die afstand afdwingt. Geen feestjes, wel mondkappen en maximaal groepjes van twee op straat. Heerlijk voor introverten. Maar mensen willen altijd wat ze niet hebben. Plotseling brult mijn binnenste om contact. Doordat het niet mag, droom ik van onhandige ontmoetingen, geschutter, klotsoksels en een neusbrugstaarwedstrijd. Ik snak naar sociaal ongemak.

Dus schrik niet als een middelbare vrouw vanachter een poezensnuitmondkap opeens mompelt: “Heb je Koot en Bie gezien?” Geef alsjeblieft antwoord. Want ze waant zich misschien onzichtbaar, maar ergens achter tralies staat nog steeds een schutterkind met schapenkrullen dat niet kan wachten tot ze wordt gezien. Echt gezien. Met alle polen die ze heeft.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden