Beeld Artur Krynicki

Het is lang geleden dat ik Noorderlingen op straat in Noord zag

PlusMassih Hutak

Terwijl ik op het Gentiaanplein wacht op Lucas hoor ik twee dames praten. Ze zitten in een door bouwlampen verlicht hoekje, onder de renovatiesteigers van Ymere die huishoudt op en rondom het Mosveld.

Ze maken liefdevol ruzie. Dat houdt in dat ze elkaar de huid volschelden over hoeveel ze van elkaar houden en hoe blij ze zijn dat ze elkaar door een recente ruzie, waar een derde persoon bij betrokken was, niet kwijt zijn geraakt.

Ik realiseer me ineens hoe lang geleden het is dat ik Noorderlingen gewoon op straat in Noord heb zien bestaan. Op welk plein kun je nog hangen zonder te moeten consumeren? Of in welke portiek kun je nog met vrienden chillen zonder in een of andere WhatsApp-buurtpreventiegroep gecriminaliseerd te worden in je eigen wijk? Laat staan met liefdevolle scheldkanonnades ruzies beslechten.

Ik app Lucas dat ik op het plein ben. Hij zegt dat ie eraan komt. Intussen hebben de dames me gespot en vragen ze of ik ergens naar op zoek ben.

Als er iets ergers is dan nieuwe bewoners die je criminaliseren in je eigen wijk is het wel oude bewoners die je aanzien voor een nieuweling in de buurt. Dus ik leg ongevraagd m’n hele geschiedenis in Noord uit, maar word halverwege onderbroken door een lachsalvo.

“Je bent van hier, ik weet het,” zegt de dame die zich voorstelt als Stacey.

“Ik hoorde het al na één zin,” zegt haar vriendin, Tamara.

Daarna volgt de vraag of ik sigaretten heb. Dan valt het me op dat ze iets aan het draaien zijn. Ik heb geen sigaretten, zeg ik.

Wat er ook gedraaid wordt, het blijkt prima zonder sigaretten te kunnen en ik krijg het aangeboden. Ik rook niet, zeg ik.

De dames lachen weer. “Daarom zie je er zo goed uit.”

Even later komt Lucas aangelopen. Hij valt middenin het verhaal dat ik aan de dames vertel over de videoclip die we verderop gaan draaien over hoe de woningbouw sociale huurwoningen aan het verkopen is.

Als ook Murat erbij is gekomen, vertelt hij dat zijn moeder en hij binnenkort weg moeten. “Waarschijnlijk de stad uit.”

Murat geeft me een boks en zegt dat ie het fijn vindt te weten dat er nieuwe muziek aankomt. “We hebben er echt lang op gewacht.”

De twee dames vragen waar ze de videoclip kunnen zien als die uit is en we wisselen Instagram-accounts uit.

Na de videoshoot kom ik ’s nachts thuis en net voordat ik ga slapen, zie ik een DM op Instagram: ‘Ey, ik heb even rondgekeken op je pagina en je hebt gelijk ze fucken Noord op. Laat me weten als ik iets kan doen.’

Het enige wat ik kan bedenken is: blijf hier. Dat is alle motivatie die ik nodig heb.

Rapper en schrijver Massih Hutak (1992) schrijft columns voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden