Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

Het is heibel in de kolossale liquidatieprocessen

PlusPaul Vugts

Je zou in rechtszalen een serene orde mogen verwachten, maar het is heibel in de kolossale liquidatieprocessen tegen Ridouan Taghi en tientallen medeverdachten. De aanklagers en advocaten vuren uit de heup; de rechters proberen de gemoederen te bedaren, maar belanden zelf óók geregeld in de vuurlinie.

Volgens justitie hadden vooraanstaande advocaten aanhoudend gevoelige informatie gelekt naar Taghi’s organisatie en in zijn jacht op die hoofdverdachte liet het Openbaar Ministerie twee raadslieden in Dubai schaduwen. Beide kwesties liggen extreem gevoelig.

Dagenlang hoorde ik litanieën van advocaten over een ‘losgeslagen’ staat die raadslieden ‘besmeurt’, ‘aan de schandpaal nagelt’ en in Dubai zelfs in levensgevaar had gebracht. Dat de officieren van justitie tijdens die vurige betogen minzaam achteroverleunden, wakkerde de woede verder aan.

Is dit een nieuwe akte in de verharding in de rechtszaal? Jazeker. Is die harde toon nieuw? Neuh. In de twee decennia waarin ik megazaken volg, zijn aanklagers, advocaten en zelfs rechters elkaar vaker in de haren gevlogen.

Een unicum was de privévoorstelling die ik in 2006 kreeg in een grote afpersingszaak in de rechtbank van Dordrecht. De verdachte was tegen zijn zin aangevoerd en verscheen demonstratief in teenslippers, driekwartbroek en poloshirt. Zijn raadslieden, overigens dezelfde als die van de affaire in Dubai, beenden boos weg omdat het proces in hun ogen was verworden tot een dubieus ‘feestje’ van aanklager en rechtbank dat ze ‘maar niet moesten verstoren’. De gebeten officier van justitie vond het weglopen ‘onbegrijpelijk, onwenselijk en respectloos’. ‘Contempt of court!’

Na de aftocht van de advocaten en de verdachte nam de rechtbank speciaal voor míj, de enige aanwezige in het publiek, het dossier door. En de volgende dag keek de officier van justitie tijdens zijn requisitoir op om te zien of uw verslaggever hem wel kon bijbenen.

In de Amsterdamse liquidatiezaak Passage, in het tijdperk Pré Taghi de grootste moordzaak ooit, was het geregeld bal in ‘de bunker’ in Osdorp. De rechtbankvoorzitter koos de toon van een strenge bovenmeester om rebellerende advocaten op hun nummer te zetten, maar gooide zo eerder olie op het vuur dan op de golven.

Na de ‘schandálige suggestie’ van een advocaat dat de rechtbank ‘liever helemaal geen verdediging had’, beende de rechtbank getergd weg. Er moest een uitzonderlijke ‘rondetafelconferentie’ in een bovenzaaltje van de bunker aan te pas komen om de lucht te klaren.

Een luchtiger toon hielp de rechtbankvoorzitter op de ontelbare zittingen de jaren (!) daarna, al riepen vooral de kroongetuige en verdachten elkaar geregeld beledigingen toe.

Toch, in Nederland zag ik het nooit zo bont als in Marokko. Daar hoorde ik advocaten en aanklagers in galmende rechtszalen tegen elkaar schreeuwen, waarna de voorzitter van het hof een einde aan het gekrakeel probeerde te maken door daar doorheen te krijsen.

Laat ik het temperamentvol noemen. Magistratelijk voelde het niet.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als verslaggever. 

Reageren? paul@parool.nl

Taghi Podcast

Paul Vugts maakt voor Het Parool een podcast over Ridouan Taghi. De afleveringen zijn hier te beluisteren, maar ook op iTunes of Spotify.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden